Voedingsstoffen

Voeding en wielrennen

Voeding en wielrennen
Foto: — · saporetti.nl

Waarom voeding zo cruciaal is voor jouw prestatie

Veel mensen denken dat de motor van een wielrenner alleen maar afhangt van de benen en de conditie. Dat is deels waar, maar die motor heeft brandstof nodig. Zonder de juiste brandstof gaat je lijf in de spaarstand. Dat herken je vast wel: na een uur voelt alles zwaar, je bent prikkelbaar en je snelheid daalt. Dat is de hongerklop. Je glycogeenvoorraad, de suikervoorraad in je spieren en lever, is leeg. Dit gebeurt vaak eerder dan je denkt, vooral bij inspanningen boven het uur.

Goede voeding gaat niet alleen om winnen. Het gaat om genieten van de rit. Het gaat erom dat je na 100 kilometer nog steeds plezier hebt, niet alleen maar afziet. We gaan kijken naar de drie pijlers van voeding voor wielrenners: wat je eet vóór, tijdens en na de inspanning. Elk moment heeft een andere taak.

De basis: de dagen voor je grote rit

Je kunt niet op de ochtend van de rit ineens beginnen met een lading pasta. Het draait om opbouw. Je lichaam slaat energie op, en dat doe je het beste in de dagen voorafgaand aan je training of toertocht. Dit noemen we koolhydraatvoeding of ‘carbo-loaden’, maar dat klinkt vaak ingewikkelder dan het is.

Wat betekent dit concreet voor jou? Je hoeft je bord niet compleet vol te gooien. Je maakt simpelweg een verschuiving in je verdeling. Zorg dat 60 tot 70% van je dagelijkse calorieën uit koolhydraten komt. Dit zijn je complexe, langzame suikers. Denk aan volkoren pasta, zilvervliesrijst, havermout en aardappelen. Deze geven langzaam energie af en vullen je voorraadkasten aan.

Eiwitten blijven belangrijk voor herstel van je spieren, maar in de dagen ervoor ligt de focus echt op die koolhydraten. Vetten zijn ook nodig, maar die beperk je iets. Vooral de dag voor je rit is rustig eten belangrijk. Geen nieuwe, zware dingen proberen. Houd het bekend en voedzaam. Een te vezelrijke maaltijd de avond voor een lange rit kan zorgen voor darmproblemen onderweg, iets wat je absoluut wilt vermijden.

Eten op de fiets: brandstof onderweg

Dit is het meest cruciale deel van jouw voeding en wielrennen. Als je een rit van anderhalf uur maakt, heb je vaak aan één banaan genoeg. Maar zodra je langer dan twee uur fietst, moet je bijtanken. Het doel is simpel: je wilt je glycogeenvoorraad niet volledig leeg laten lopen. Je moet dus continu kleine beetjes energie bijvoeren.

Wanneer begin je met eten tijdens het fietsen?

Dit is een veelgemaakte fout. Mensen wachten tot ze honger hebben. Tegen de tijd dat je honger hebt, is het eigenlijk al te laat. Je bent dan al aan het ‘lenen’ van je energievoorraad. De vuistregel is: begin met eten en drinken na ongeveer 45 tot 60 minuten fietsen. Begin rustig, een klein stukje energiebar of wat sportdrank.

Hoeveel koolhydraten heb je nodig per uur?

Dit hangt af van je inspanning en je lichaamsgewicht. Voor de gemiddelde recreatieve fietser die een stevige toertocht maakt, is 40 tot 60 gram koolhydraten per uur een goed uitgangspunt. Dit lijkt misschien veel, maar het is noodzakelijk om je prestatie vast te houden. Hoe intensiever je rijdt, hoe meer je nodig hebt, een essentieel aspect voor optimaal presteren op de fiets.

Hoe kom je aan die 60 gram? Dit doe je met een mix van verschillende bronnen. Dit is belangrijk om je maag niet te overbelasten. Eenzijdig eten zorgt sneller voor een vol gevoel of misselijkheid.

• Sportgels: Deze bevatten vaak 20 tot 25 gram koolhydraten per stuk. Ze zijn snel opneembaar, maar je moet ze echt met water drinken.

• Energiedrank: Een fles sportdrank (6-8% suikeroplossing) levert koolhydraten en elektrolyten (zouten) tegelijk. Dit is ideaal voor een gestage aanvoer.

• Echt voedsel: Een rijstwafel met honing, een banaan of een kleine energiereep. Dit is vaak prettiger voor de maag op lange ritten. Kies iets wat je makkelijk kunt kauwen.

Mijn advies hier is: oefen. Gebruik je trainingsritten om uit te zoeken wat jouw maag verdraagt. Ga niet voor het eerst een gel proberen op de dag van je marathonrit. Je wilt weten hoe je lichaam reageert op een reep na twee uur fietsen.

Hydratatie: meer dan alleen dorst lessen

Als je het hebt over voeding en wielrennen, praat je automatisch over drinken. Je kunt de beste brandstof in je lijf stoppen, maar zonder water werkt het niet goed. Je lichaam verliest veel vocht door zweten, en dat vocht moet je aanvullen. Zelfs een klein tekort aan vocht zorgt al voor een merkbare daling in prestatie en focus.

Hoeveel moet je drinken?

De algemene richtlijn is ongeveer 500 tot 1000 ml per uur, afhankelijk van de temperatuur en hoe hard je inspant. Bij warm weer of lange, zware beklimmingen zit je al snel aan de liter per uur.

Wat drink je dan? Water is goed voor de basis, maar op ritten langer dan 90 minuten moet je elektrolyten toevoegen. Dit zijn de zouten die je verliest met zweet, zoals natrium. Als je alleen water drinkt, verdun je de zouten die je nog in je lijf hebt, waardoor krampen kunnen ontstaan. Een sportdrank met zouten is hier de beste oplossing. Heb je dat niet, dan kun je een bidon met een klein beetje zout en een beetje citroensap (voor de smaak) zelf maken.

Zorg dat je altijd twee bidons bij je hebt op langere ritten. Eentje met alleen water, en eentje met je sportdrank of elektrolyten. Neem liever te vaak een klein slokje dan één keer een hele bidon leegdrinken. Regelmaat is het sleutelwoord bij hydratatie. Voor uitgebreidere informatie over optimale voeding voor wielrenners is er veel te vinden.

Herstel: de sleutel tot de volgende rit

Je bent thuis. De fiets staat in de schuur, je bent bezweet en moe. De verleiding is groot om op de bank te ploffen en een grote zak chips open te trekken. Dat is het moment waarop je de rit écht afmaakt, of juist mist. Herstelvoeding is net zo belangrijk als wat je onderweg eet.

De 30-minuten-regel

Binnen een half uur na het stoppen met fietsen moet je lichaam de eerste voedingsstoffen binnenkrijgen. Dit is het ‘anabole venster’, al klinkt dat wat wetenschappelijk. Het betekent dat je spieren op dat moment het meest ontvankelijk zijn voor het opnemen van suikers en eiwitten om de schade te herstellen en de voorraden aan te vullen.

Wat heb je nodig? Een verhouding van ongeveer 3 of 4 delen koolhydraten op 1 deel eiwit. Dit helpt om het glycogeen aan te vullen én de spiervezels te repareren.

• Een smoothie met kwark (eiwit) en een banaan of wat vruchtensap (koolhydraten).

• Volkoren boterhammen met hummus of kipfilet.

• Een herstelshake (als je dat prettig vindt), maar let op de hoeveelheid suiker die erin zit.

Is een hele maaltijd nodig? Nee, direct na de rit is de snelle opname belangrijk. Een uur later eet je een normale, voedzame maaltijd. Focus je op groenten, gezonde vetten en een degelijke eiwitbron. Je lichaam heeft een klap gekregen, geef het de bouwstenen terug om sterker te worden.

Veelgestelde vragen

moet ik altijd speciale sportvoeding kopen

Nee, absoluut niet. Voor veel ritten volstaat gewoon voedsel. Denk aan bananen, rozijnen, of een boterham met pindakaas. Sportvoeding (gels en repen) is handig omdat het compact is en snel energie geeft zonder dat je hoeft te kauwen. Oefen wel met het gebruik ervan, want je maag moet eraan wennen.

wat als ik kramp krijg tijdens het fietsen

Kramp wijst vaak op uitdroging of een tekort aan zouten, met name natrium. Drink meer, en zorg dat je zout binnenkrijgt via je sportdrank of een zout tabletje. Soms helpt het om heel even de spier rustig te rekken, maar de preventie via hydratatie en elektrolyten is het belangrijkst.

is koffie voor een lange rit een goed idee

Voor veel wielrenners werkt cafeïne als een natuurlijke oppepper en helpt het tegen vermoeidheid. Een kop koffie een uur voor je start kan prima werken. Maar overdrijf niet. Te veel cafeïne kan leiden tot hartkloppingen en maagklachten, zeker in combinatie met suikerrijke sportdrankjes. Luister naar hoe jouw lijf reageert op cafeïne.

Ontdek alle artikelen

Blader door alle onderwerpen en lees de volledige verzameling artikelen op één plek.

Alle artikelen