Voeding

Voedings kleurstoffen

Voedings kleurstoffen
Foto: — · saporetti.nl

Wat zijn voedings kleurstoffen en waarom zitten ze in ons eten?

Simpel gezegd, voedings kleurstoffen zijn stoffen die we toevoegen aan ons eten en drinken om de kleur te verbeteren, te herstellen of consistent te maken. Denk eens aan een aardbeienjam. Soms is de kleur van de bessen niet zo levendig als we verwachten, zeker buiten het seizoen. Dan voegen ze een kleurstof toe om die ‘perfecte’ rode kleur te krijgen. Of denk aan frites. Als ze net iets te licht uit de frituur komen, maken ze ze met een kleurstof nét dat goudgele dat we associëren met lekker eten.

De belangrijkste redenen voor het gebruik zijn dus:

• Het aantrekkelijker maken van het product. Onze ogen eten immers mee.

• Het compenseren van kleurverlies tijdens de verwerking of opslag. Licht en hitte kunnen kleur afbreken.

• Het consistent houden van de kleur. Je wilt dat de verpakking van volgende maand dezelfde kleur heeft als die van nu.

Natuurlijk versus synthetisch: de grote tweedeling

Als je die E-nummers ziet, schrikken mensen zich vaak een hoedje. Maar niet alle E-nummers zijn gemaakt in een fabriek. De voedings industrie deelt kleurstoffen grofweg in twee groepen in: natuurlijke en synthetische kleurstoffen. Dit onderscheid is belangrijk voor jouw keuze.

Natuurlijke kleurstoffen: afkomstig uit de natuur

Natuurlijke kleurstoffen halen we letterlijk uit planten, dieren of mineralen. Vaak zijn dit extracten. Denk aan bietenrood, dat uit rode bieten komt, of curcumine, dat geel is en uit kurkuma (geelwortel) wordt gehaald. Deze vind je vaak terug in producten waar de fabrikant zegt ‘natuurlijk gekleurd’ te zijn. Ze zijn meestal prima te herkennen aan hun E-nummer, maar de herkomst is plantkundig of dierlijk.

Waar moet je op letten bij natuurlijke kleurstoffen? Ze zijn niet altijd even stabiel. De kleur kan vervagen onder invloed van licht of warmte. Dit is een nadeel voor de producent, maar voor jou betekent het soms dat het product minder lang ‘mooi’ blijft.

Synthetische kleurstoffen: gemaakt in het laboratorium

Dit zijn de kleurstoffen die de meeste discussie oproepen. Ze worden gemaakt in een laboratorium, vaak op basis van aardolie. Ze zijn heel stabiel en geven heldere, felle kleuren die je met natuurlijke extracten moeilijk bereikt. Denk aan de knalrode kleur van een lolly of een felblauwe sportdrank. De veiligheid van deze stoffen wordt streng gecontroleerd door Europese instanties, maar er is veel maatschappelijke discussie over de mogelijke effecten op gedrag, vooral bij kinderen.

De E-nummers ontcijferen: wat betekenen die codes?

Je hebt vast die lijst met E-nummers gezien. Dat E staat voor ‘Europa’, wat aangeeft dat de stof is goedgekeurd voor gebruik in de hele Europese Unie na strenge veiligheidsbeoordelingen. Maar welke zijn nu welke? Als je wilt weten of je met natuurlijke of synthetische varianten te maken hebt, helpt dit overzicht je vaak verder.

Natuurlijke kleurstoffen beginnen vaak met E100 tot E180. Een paar bekende voorbeelden zijn:

• E100: Curcumine (geel, uit kurkuma)

• E120: Karmijn (rood, gemaakt uit luizen – ja, echt!)

• E160a-e: Carotenoïden (geel tot oranje, uit wortels en andere groenten)

Synthetische kleurstoffen hebben vaak ook nummers in diezelfde reeks, maar ze hebben een andere chemische samenstelling. De meest bekende synthetische kleurstoffen zijn vaak de ‘azo-kleurstoffen’, zoals Tartrazine (E102) of Allura rood (E129). Deze zijn vaak de stoffen waar je je zorgen over maakt als je leest over hyperactiviteit bij kinderen.

Wanneer moet je echt opletten? De invloed op gedrag

Dit is vaak het punt waarop mensen met hun armen over elkaar gaan staan. Zijn deze stoffen nu echt schadelijk? De wetenschappelijke consensus is dat de goedgekeurde voedings kleurstoffen, binnen de vastgestelde dagelijkse inname (ADI), veilig zijn voor de algemene bevolking. De ADI is de hoeveelheid die je je hele leven lang elke dag kunt eten zonder nadelige gevolgen.

Echter, er is een nuance, vooral als je merkt dat jouw kind onrustig wordt na het eten van bepaald snoepgoed. Sommige synthetische kleurstoffen, met name de zogenoemde Southampton-kleurstoffen (een groep van zeven synthetische kleurstoffen), lijken bij een kleine groep gevoelige kinderen een rol te spelen bij gedragsveranderingen, zoals hyperactiviteit.

Wat kun je hier praktisch mee? Als je merkt dat jouw kind na een bepaald product heel druk of prikkelbaar wordt, kijk dan naar de ingrediëntenlijst. Zie je een van die zeven stoffen staan? Probeer het product dan eens een tijdje te mijden. Veel fabrikanten zijn overgestapt op natuurlijke alternatieven, juist vanwege de zorgen van ouders. Dit is een kwestie van observeren en jouw kind de beste voeding geven die bij hem of haar past. Als je op zoek bent naar natuurlijke alternatieven voor voedselkleurstof, dan zijn er diverse opties te vinden.

Antioxidanten spelen een cruciale rol in ons lichaam door vrije radicalen te neutraliseren. Wil je meer weten over de voordelen en specifieke voedingsmiddelen die rijk zijn aan antioxidanten? Lees dan ons artikel: ontdek welke voeding rijk is aan antioxidanten. Ze helpen bij het beschermen van onze cellen tegen schade, wat kan bijdragen aan een betere gezondheid op lange termijn.

###

Hoe herken je de ‘verdachte’ kleurstoffen op het etiket?

Als je de drang voelt om deze specifieke stoffen te vermijden, is het slim om de nummers te kennen. Deze zes synthetische kleurstoffen zijn vaak degene waar ouders op letten:

• E102: Tartrazine (geel)

• E104: Chinolingel (geel)

• E110: Zonnegeel (oranjegeel)

• E124: Ponceau 4R (rood)

• E129: Allura rood AC (rood)

• E133: Briljantblauw FCF (blauw)

Onthoud dat als een product deze stoffen bevat, dit volgens de Europese wet vermeld moet worden met de zin: “Kan sporen van nadelige gevolgen voor de activiteit en concentratie van kinderen ondervinden.” Die zin is jouw directe waarschuwing.

Kleurstoffen in alledaagse producten: waar kom je ze tegen?

Je denkt misschien dat je ze alleen in snoep vindt, maar voedings kleurstoffen duiken op de meest onverwachte plekken op. Het is goed om alert te zijn bij producten die van nature weinig kleur hebben, of juist een kleur moeten hebben die niet bij het seizoen past.

Denk bijvoorbeeld aan:

• Dranken: Frisdranken, ijsthee, en sommige sportdranken (vaak synthetisch voor felle kleuren).

• Zuivelproducten: Sommige yoghurts met een smaakje (denk aan de intensiteit van aardbei of bosbes).

• Kant-en-klaarmaaltijden: Vooral sauzen en marinades om de kleur na verhitting te herstellen.

• Snoepgoed en gebak: Hier worden ze het meest gebruikt voor maximale visuele aantrekkingskracht.

• Gekleurde pasta of rijst: Soms worden deze licht gekleurd om ze uniformer te maken.

Kleurstoffen zijn niet altijd een bewijs van een ‘slecht’ product. Een wortelsap met Bèta-caroteen (een natuurlijke kleurstof) is waarschijnlijk gezonder dan een snoepje met een synthetische kleurstof. De context waarin de kleurstof wordt gebruikt, vertelt je meer over de algehele voedingswaarde.

Praktische stappen: hoe kies je bewuster in de winkel?

Je hoeft niet obsessief elk E-nummer te bestrijden. Het gaat om bewustwording en het maken van keuzes die goed voelen voor jou en jouw gezin. Hier zijn een paar concrete tips om de volgende keer in de supermarkt toe te passen:

• Kijk eerst naar het type product: Heb je een product nodig dat van nature heel kleurrijk is (zoals een tomaat)? Dan is een kleurstof waarschijnlijk minder nodig. Is het een bewerkt product (zoals een poederdrank)? Dan is de kans groter dat er kleurstoffen in zitten.

• Geef de voorkeur aan ‘gekleurd met…’: Als je een kleurstof ziet staan, kijk dan of er een natuurlijke bron achter staat. ‘Gekleurd met bietenextract’ klinkt al een stuk geruststellender dan alleen een E-nummer.

• Vergelijk natuurlijke merken: Als je merkt dat een bepaald product (bijvoorbeeld vla) in de ene verpakking felrood is en in de andere een zachtere, natuurlijke kleur heeft, kies dan voor de variant zonder de meest felle, synthetische tinten. Dit betekent vaak dat er minder bewerkt is.

• Maak het zelf: Voor veel producten is de beste oplossing het zelf maken. Zelfgemaakte limonade met échte vruchten is altijd de winnaar boven een poeder met veel kleurstoffen.

Het draait om balans. Je hoeft niet elke dag de meest pure voeding te eten, maar als je je zorgen maakt over die felgekleurde traktaties, dan geeft deze basiskennis je een stuk meer grip op wat je in huis haalt.

Veelgestelde vragen

zijn alle e-nummers slecht voor je?

Nee, absoluut niet. De E-nummers geven aan dat de stof in Europa is goedgekeurd na veiligheidstests. Veel E-nummers zijn natuurlijke hulpstoffen of antioxidanten. Alleen een specifieke groep synthetische kleurstoffen staat bekend om hun mogelijke effect op gedrag bij gevoelige personen.

hoe weet ik of een kleurstof natuurlijk is?

De meest eenvoudige manier is om te kijken of de fabrikant de bron vermeldt. Als er staat “gekleurd met kurkuma”, dan weet je dat het natuurlijk is. Anders kun je de E-nummers opzoeken; de meeste natuurlijke kleurstoffen beginnen met E100 tot E180, maar ook daarbuiten zijn er natuurlijke varianten.

moet ik alle synthetische kleurstoffen vermijden?

Dat is een persoonlijke keuze die afhangt van jouw gevoel en de reacties van jouw lichaam of dat van je kinderen. Als je merkt dat je nergens last van hebt, is er vanuit de officiële instanties geen reden om ze volledig te mijden. Als je echter gevoelig bent of merkt dat gedrag verandert na consumptie, is het heel verstandig om de specifieke synthetische kleurstoffen (vooral de azo-kleurstoffen) uit je voeding te weren.

Ontdek alle artikelen

Blader door alle onderwerpen en lees de volledige verzameling artikelen op één plek.

Alle artikelen