Waarom komt al dat Engels ineens naar boven?
Het is een feit: de taal van voeding is voor een groot deel Engels geworden. Dit komt niet zomaar uit de lucht vallen. Denk aan internationale trends, marketing, en de manier waarop nieuwe voedingsstoffen of eetstijlen de wereld over waaien. Een product wordt in Amerika of het Verenigd Koninkrijk populair, en de Engelse naam blijft plakken als het hier op de markt komt. Je ziet het overal. De termen over gezondheid, diëten en sportvoeding lijken bijna allemaal uit het Engels te komen. Voor meer informatie over dit onderwerp, bekijk onze gezonde voeding tips voor een vitaler leven.
###
Misschien herken je dit: je ziet een recept online. Het is een fantastisch idee, maar halverwege moet je stoppen omdat je niet weet wat een ‘zucchini’ is, of hoe je die ‘chia seeds’ nu precies moet bereiden. Het doel van dit artikel is om je die drempel weg te nemen. We gaan de meest voorkomende termen ontleden, zodat je precies weet wat je in huis haalt.
De basis: de namen van voedingsmiddelen
Laten we beginnen bij de basis. Wat eet je nu eigenlijk? Soms is de vertaling heel logisch, soms totaal niet. Als je bijvoorbeeld een gezonde maaltijdsalade wilt maken, kom je al snel termen tegen die je moet herkennen.
Groente en fruit: de meest voorkomende vertalingen
Dit zijn vaak de termen die je tegenkomt bij het bakken of als je bezig bent met een specifiek voedingspatroon, zoals meer groenten eten. Hier zijn een paar veelvoorkomende valkuilen:
• Aubergine: Dit heet in het Engels eggplant. Heel verwarrend, want het lijkt helemaal niet op een ei.
• Courgette: Dit is de zucchini. Dit zie je vaak in recepten voor brood of pasta’s.
• Sla: Er is veel verschil. Lettuce is de algemene term, maar spinach is spinazie en kale is boerenkool.
• Rode biet: Dit is beetroot.
Tip: Als je een recept volgt en je twijfelt over een groente, zoek dan de Engelse naam en zet die direct tussen haakjes in je boodschappenlijstje. Dat scheelt zoeken in de winkel.
Granen en zaden: de krachtpatsers
Als je op zoek bent naar meer vezels of een alternatief voor tarwe, kom je veel Engelse namen tegen voor granen en zaden. Dit zijn de ‘superfoods’ waar je vaak over leest.
• Havermout: Dit is oatmeal. De basis van een goed Engels of Amerikaans ontbijt.
• Quinoa: Dit is overigens een woord dat in het Nederlands en Engels vrijwel hetzelfde is gebleven.
• Chiazaad: Dit blijft chia seeds. Dit is handig voor het maken van chia pudding.
• Lijnzaad: Dit is flaxseed. Je gebruikt het vaak gemalen voor een betere opname.
Weet je wat het mooie is? Vaak is de Engelse naam gewoon makkelijker om te onthouden als je internationaal kookt. Het is een kwestie van even wennen aan de klank.
Diëten en Levensstijlen: wat betekenen die Engelse labels?
Misschien ben je bezig met afvallen, zoek je naar manieren om allergieën te vermijden, of wil je gewoon gezonder eten. Dan bots je al snel op labels die alles in het Engels aangeven. Begrip hiervan is cruciaal voor jouw gezondheid en wat je kiest in de winkel.
Allergieën en intoleranties
Dit zijn de belangrijkste termen die je echt moet kennen. Ze staan op elk product dat iets vermijdt:
• Glutenvrij: Gluten-free. Dit betekent dat er geen tarwe, rogge of gerst in zit. Je ziet dit vaak bij broodvervangers of pasta’s.
• Lactosevrij: Lactose-free. Dit is belangrijk als je moeite hebt met melksuiker.
• Noten: Nuts. Wees hier extra alert op. Een product kan ‘may contain traces of nuts’ aangeven, wat betekent dat het in dezelfde fabriek is gemaakt.
• Veganistisch: Vegan. Dit is een levensstijl waarbij je geen enkele dierlijke producten eet: geen vlees, geen zuivel, geen eieren, geen honing.
Het is slim om te onthouden dat ‘dairy free’ meestal alles uitsluit wat van melk komt, maar veganistisch is nog strenger. Je hoeft je niet te schamen als je dit dubbel checkt. Jouw gezondheid staat voorop.
De populaire voedingspatronen
De wereld van ‘gezond eten’ draait vaak om Engelse termen voor specifieke eetpatronen. Hier een korte uitleg over de meest voorkomende:
Wat is keto nu precies?
De Keto-diët, kort voor Ketogenic, is een dieet met heel weinig koolhydraten en veel vetten. Het idee is dat je lichaam dan vet gaat verbranden voor energie. Je vervangt brood en pasta door veel avocado, vlees en kaas. Als je dit volgt, zie je termen als ‘high fat’ en ‘low carb’ op verpakkingen. Voor een gedetailleerd overzicht van wat je precies moet eten, bekijk onze gezonde voeding lijst.
De vegetarische en vleesvervangers
In de vleesvervangersectie kom je veel Engelse afkortingen tegen. Tofu en Tempeh zijn bekend. Maar wat is nu ‘meat substitute’? Dat is de algemene term voor elk product dat vlees nabootst. Vaak zie je ‘plant-based’. Dit betekent dat het volledig uit planten bestaat, net als vegan, maar soms is het minder strikt gedefinieerd dan vegan.
Wanneer je de term ‘lean meat’ ziet, betekent dit mager vlees. Denk aan kipfilet zonder vel. Dit is een goede term om te kennen als je op je vetinname let.
Koken en Bereiden: Engelse instructies ontcijferen
Je hebt de ingrediënten. Nu moet je het nog maken. Recepten vragen vaak om een specifieke bereidingswijze. Als je in het Engels kookt, moet je de werkwoorden begrijpen. Dit is waar veel mensen afhaken omdat het lijkt alsof ze een handleiding moeten lezen.
Belangrijke kooktermen
Hier zijn een paar actiewoorden die je vaak in recepten tegenkomt en wat je ermee moet doen:
• To whisk: Dit betekent kloppen. Je gebruikt een garde om lucht in bijvoorbeeld eieren of room te brengen.
• To sauté: Dit is kort en snel bakken in een beetje vet op middelhoog vuur. Denk aan het aanbraden van uien.
• To simmer: Dit is sudderen. Je laat iets net tegen de kook aan zachtjes pruttelen, vaak voor langere tijd, zoals bij een stoofpot.
• To bake: Dit is bakken in de oven. Dit is vaak een duidelijke term.
• To dice: Dit is blokjes snijden. Zorg ervoor dat de blokjes ongeveer even groot zijn voor een gelijkmatige garing.
Als je een recept tegenkomt met de term ‘roast’, betekent dit meestal roosteren in de oven, vaak op hogere temperatuur dan bij ‘bake’, zoals bij geroosterde aardappelen of een hele kip.
Tips voor als je de Engelse termen niet begrijpt
Het is oké om af en toe te twijfelen. Niemand verwacht dat je direct elk Engels woord kent. Het belangrijkste is dat je je comfortabel voelt met wat je eet. Hier zijn een paar nuchtere tips om je te helpen zonder dat je telkens een woordenboek hoeft te raadplegen:
• Gebruik een vertaal-app op je telefoon: Als je in de winkel twijfelt over een etiket, neem dan een foto van het woord en gebruik de vertaalfunctie van je telefoon. Het is snel en direct toepasbaar.
• Focus op de ingrediëntenlijst, niet de marketingtekst: De mooie Engelse termen op de voorkant van de verpakking zijn vaak marketing. Kijk naar de achterkant, naar de ‘Ingrediënten’ of ‘Ingredients’. Hier staat de feitelijke samenstelling.
• Zoek de Nederlandse vervanger: Als je een exotische term tegenkomt, zoek dan simpelweg naar “wat is [Engelse term] Nederlands?”. Je krijgt vrijwel altijd direct een helder antwoord op de Nederlandse equivalent.
• Leer de basis van je eigen eetpatroon: Als je weet dat je bijvoorbeeld koolhydraatarm eet, hoef je alleen de termen te leren die betrekking hebben op suikers en granen. Je hoeft niet de namen van alle 50 soorten paddenstoelen te kennen. Maak het behapbaar voor jezelf.
Onthoud dat taal evolueert, en de taal van voeding ook. Je hoeft niet elke dag een nieuw Engels woord te leren. Door je te concentreren op de termen die relevant zijn voor jouw dagelijkse keuzes, haal je de stress er al snel af. Zo kun je die gezonde ‘smoothie bowl’ met ‘berries’ zonder zorgen maken, wetende precies wat erin zit.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen ‘low fat’ en ‘fat free’?
Low fat betekent dat er significant minder vet in zit dan in een vergelijkbaar standaardproduct. Fat free is veel strenger; dit product mag dan bijna geen vet meer bevatten, vaak onder de 0,5 gram vet per 100 gram. Let wel op: soms wordt vet vervangen door suiker, dus blijf altijd de ingrediënten checken.
Is ‘natural flavouring’ betrouwbaar?
Natural flavouring (natuurlijke smaakstoffen) zijn stoffen die uit natuurlijke bronnen zijn gewonnen, zoals planten, fruit of kruiden. Het is een stapje dichter bij de natuur dan ‘artificial flavouring’ (kunstmatige smaakstoffen). Hoewel het natuurlijker klinkt, kan de hoeveelheid in een product erg klein zijn en zegt het weinig over de algehele gezondheid van het product.
Wat moet ik doen als ik ‘contains traces of’ zie?
Als een etiket vermeldt dat een product ‘traces of’ (sporen van) iets bevat, betekent dit dat het product zelf misschien geen pinda’s bevat, maar dat het is gemaakt in een omgeving waar ook pinda’s worden verwerkt. Dit is vooral belangrijk bij ernstige allergieën, waar zelfs minuscule hoeveelheden problemen kunnen geven.
