De basis: Hoeveel voeding heeft jouw baby nodig?
In het begin draait alles om de eerste kilo’s. De hoeveelheid voeding die een baby nodig heeft, is niet een vaststaand getal dat je voor elk kind kunt gebruiken. Het hangt af van het gewicht, de leeftijd en het activiteitsniveau van je baby. Dit is het meest praktische uitgangspunt: de voeding wordt vaak berekend op basis van het actuele gewicht.
###.
Berekenen op basis van gewicht (de vuistregel)
De meest gebruikte methode om een richtlijn te krijgen voor de totale dagelijkse voeding is het gewicht van je baby. Dit is vooral handig bij flesvoeding, maar geeft ook een goede indicatie bij het inschatten van de totale melkinname; voor meer algemene voedingsadviezen kun je terecht op ons gezonde voedingsschema.
De algemene vuistregel gaat als volgt:
• Voor baby’s onder de 5 kilo: Je berekent ongeveer 150 tot 180 ml voeding per kilogram lichaamsgewicht per dag.
• Voor baby’s boven de 5 kilo: Vaak is 120 tot 150 ml per kilogram lichaamsgewicht per dag een goede richtlijn. Naarmate je baby groeit, wordt de relatieve behoefte vaak iets kleiner.
Stel, jouw baby weegt 4 kilo. Dan reken je:
• Minimum: 4 kg x 150 ml = 600 ml per dag.
• Maximum: 4 kg x 180 ml = 720 ml per dag.
Dit is jouw dagtotaal. Het is belangrijk om te onthouden dat dit een richtlijn is. Sommige baby’s drinken meer, anderen minder. De sleutel is hoe je dit dagtotaal verdeelt over de voedingen en hoe je reageert op de signalen van je kind.
Hoeveel voeding per keer?
Het volgende wat je wilt weten, is hoeveel voeding je per voedingsmoment moet aanbieden. Dit hangt sterk af van de leeftijd van je kind.
Pasgeborenen (0 tot 4 weken):
In de eerste weken eet je baby nog heel vaak, maar kleine beetjes. Ze hebben een kleine maag. Een newborn drinkt vaak elke 2 tot 3 uur. Reken in het begin op ongeveer 60 tot 90 ml per voeding. Je zult merken dat ze na de eerste week de hoeveelheid per voeding langzaam opbouwen.
Oudere baby’s (vanaf 6 weken tot 4 maanden):
De tijd tussen de voedingen wordt langer. Je baby drinkt dan vaak tussen de 120 ml en 180 ml per keer, afhankelijk van hoe lang de nacht is. Je kunt de dagtotaal (bijvoorbeeld 750 ml) delen door het aantal voedingen dat je baby die dag nodig heeft (bijvoorbeeld 6 voedingen).
750 ml / 6 voedingen = 125 ml per voeding. Voor meer gedetailleerde informatie over de juiste porties en samenstelling van de voeding van je baby, kun je schema voeding baby raadplegen.
###
Verschillen tussen borstvoeding en flesvoeding
Als je borstvoeding geeft, is ‘voeding berekenen’ een ander proces dan wanneer je met flesvoeding werkt. Dat is goed om te weten, want het geeft rust over de hoeveelheden.
Bij borstvoeding: Vertrouw op de signalen
Bij borstvoeding hoef je de voeding niet te berekenen. Dat is het grote voordeel. Je baby drinkt wat hij nodig heeft, direct van de bron. Het is bijna onmogelijk om te veel of te weinig te geven, tenzij er medische redenen zijn.
Waar je op moet letten bij borstvoeding:
• Natte luiers: Een goed gevoede baby heeft minimaal 5 tot 6 natte luiers per 24 uur.
• Stoelgang: De ontlasting verandert, maar de frequentie geeft een indicatie. Na de eerste weken kan dit variëren van een paar keer per dag tot eens in de paar dagen.
• Gewichtstoename: Het consultatiebureau weegt je kind regelmatig. Stabiele groei is het beste teken dat de voeding goed is.
Als je kolft, kun je natuurlijk wel meten hoeveel je afkolft. Maar onthoud: wat je afkolft, is niet altijd wat je baby drinkt als hij direct aan de borst drinkt. De aanlegtechniek is hierbij cruciaal.
Bij flesvoeding: Nummers als houvast
Met kunstvoeding (flesvoeding) heb je de cijfers, omdat je elke keer een afgemeten hoeveelheid aanbiedt. Dit geeft je houvast. Toch moet je hier ook flexibel mee omgaan.
Als je de bovengenoemde berekening hebt gemaakt (bijvoorbeeld 750 ml per dag), en je baby heeft 6 voedingen, bied je 125 ml aan. Wat gebeurt er als je baby maar 100 ml drinkt?
Dan bied je bij de volgende voeding iets meer aan, of je wacht tot de volgende voeding en kijkt of hij het dan wel opdrinkt. Bied nooit meer aan dan de aanbevolen dagdosis voor de leeftijd, tenzij je dit afstemt met het consultatiebureau of de kinderarts. Te veel voeding geven kan leiden tot onnodige gewichtstoename en maagklachten.
Wanneer verandert de berekening? De overgang naar vaste voeding
Je merkt vanzelf wanneer je kind toe is aan de volgende stap. Rond de 4 tot 6 maanden begint de melkvoeding langzaam een minder dominante rol te spelen. Dit is het moment om te starten met de bijvoeding, ook wel vaste voeding genoemd. Dit is een geleidelijke overgang en geen plotselinge switch.
De eerste hapjes: Mililiters worden grammen
Als je baby begint met groente- of fruitpapjes, of met hapjes volgens de Rapley-methode (baby geeft zelf aan wat hij eet), ga je niet meer in milliliters denken, maar in schepjes of stukjes. Dit is de fase waarin je je minder zorgen maakt over precieze berekeningen van de melk.
De eerste maanden van de bijvoeding is de melk (borst of fles) nog steeds de hoofdvoeding. De vaste voeding is de aanvulling. Je zult merken dat je baby in het begin maar heel weinig vast voedsel eet. Misschien maar een paar lepeltjes per dag.
Wat betekent dit voor de melk?
Als je baby een paar lepels groenten eet, hoef je de flesvoeding op dat moment niet direct te verminderen. Je observeert. Als je merkt dat je kind structureel 200 ml minder melk drinkt over de hele dag, dan kun je de totale hoeveelheid melk langzaam aanpassen. Maar doe dit niet te snel. Vooral in de eerste fase van vaste voeding kan de melkinname in eerste instantie gelijk blijven, of zelfs tijdelijk dalen en dan weer stabiliseren.
Hoeveel vaste voeding per keer?
Hier is er geen formule. Het advies is: volg je baby.
• Start met 1 of 2 theelepels per keer.
• Bied het aan na de melkvoeding, zodat je baby niet te hongerig is.
• Gaat het goed? Bied de volgende keer een eetlepel aan.
• Als je baby zijn hoofd wegdraait of de lepel weigert, is het klaar. Forceer nooit.
Rond de leeftijd van 10 tot 12 maanden is de vaste voeding steeds meer de basis geworden, en neemt de melkvoeding af tot twee of drie keer per dag een fles of borstvoeding.
Herken de signalen: Wanneer is de berekening niet meer nodig?
Dit is misschien wel het allerbelangrijkste: de berekening is een hulpmiddel, geen wet. Jouw baby vertelt je constant of hij tevreden is.
Tekenen dat je baby genoeg krijgt:
• Vrolijk en alert: Na de voeding is je kind wakker, tevreden en alert (niet suf of juist extreem onrustig).
• Goede groei: Dit zie je op de groeicurve van het consultatiebureau. Dit is de meest objectieve maatstaf.
• Ontwikkeling: Je baby haalt de normale mijlpalen (temperatuur, huidskleur, energie).
• Niet overmatig spugen: Een beetje spugen is normaal. Constant grote golven melk teruggeven kan wijzen op te veel voeding in één keer.
Wanneer te veel voeding een probleem kan zijn:
Soms willen ouders uit angst dat de baby honger heeft, te veel blijven aanbieden. Als een baby structureel te veel melk drinkt, kan dit leiden tot: ongemakkelijke buikjes, veel spugen en een te snelle gewichtstoename. Als je ziet dat je baby na een voeding van bijvoorbeeld 180 ml nog steeds direct om meer vraagt, kan het zijn dat hij een groeispurt heeft en tijdelijk meer nodig heeft, of dat de voeding te dun is als je flesvoeding aanmaakt. Neem in zulke gevallen contact op met het consultatiebureau om de berekening aan te passen.
Veelgestelde vragen
Moet ik de voeding afkoken voor de zekerheid?
Ja, als je flesvoeding maakt, is het essentieel om het water eerst goed te koken. Laat het water even afkoelen naar ongeveer 70 graden Celsius en los dan de poeder op. Dit doodt eventuele bacteriën in de poeder. Daarna moet je het flesje af laten koelen tot handwarme temperatuur voordat je het aan je baby geeft.
Mijn baby drinkt vaak minder dan berekend, is dat erg?
Nee, dat is vaak prima. Houd de totale dagelijkse inname in de gaten. Als je baby op een dag minder drinkt, maar de volgende dag weer ophaalt, is dat prima. De meeste baby’s reguleren dit zelf. Let vooral op de luiers en de groei op het consultatiebureau als graadmeter.
Wanneer moet ik overstappen op grotere maten flessen?
Je schakelt meestal over naar grotere flessen als je baby consistent de hele aangeboden hoeveelheid leegdrinkt en na een korte tijd weer honger heeft. Als je baby bijvoorbeeld structureel 150 ml drinkt, maar je hebt een 120 ml fles, dan is het tijd om over te stappen op een groter formaat, zodat je niet steeds hoeft bij te maken of weg te gooien.
