De basis: boodschappen doen en de supermarkt
Laten we beginnen bij de meest basale situaties: de supermarkt of de markt. Als je in een Engelstalig land bent, wil je weten hoe je de verschillende productcategorieën noemt. Dit helpt je enorm bij het vinden van je weg.
Wat zijn de belangrijkste Engelse termen voor voedselgroepen?
Je kent de Nederlandse termen vast en zeker. Maar vertalen is niet altijd één op één. Hier zijn wat essentiële vertalingen en valkuilen:
• Groenten en fruit: Dit is vrij eenvoudig. ‘Vegetables’ (groenten) en ‘Fruit’ (fruit). Let wel op: een ‘aubergine’ is een ‘eggplant’ in Amerikaans Engels, maar een ‘aubergine’ in Brits Engels. Een ‘courgette’ is een ‘zucchini’ (vooral Amerikaans) of een ‘courgette’ (Brits).
• Vlees en vis: ‘Meat’ is vlees. ‘Fish’ is vis. Als je specifiek wilt zijn, gebruik je termen als ‘beef’ (rundvlees), ‘pork’ (varkensvlees) en ‘chicken’ (kip). Voor vis is ‘salmon’ (zalm) of ‘cod’ (kabeljauw) handig om te kennen.
• Zuivelproducten: ‘Dairy products’. Melk is ‘milk’, kaas is ‘cheese’ en yoghurt is ‘yogurt’.
• Granen en brood: ‘Grains’ en ‘bread’. ‘Oats’ zijn havermout. Als je volkorenbrood zoekt, vraag dan naar ‘wholemeal bread’ (Brits) of ‘whole wheat bread’ (Amerikaans).
Wanneer je de termen kent, voelt het boodschappen doen al veel minder als een ontdekkingsreis. Je weet wat je zoekt en waar je het moet vinden in de schappen.
Het restaurant: bestellen zonder stress
Dit is vaak het moment waar de meeste mensen zenuwachtig worden. Je wilt iets bestellen wat je lekker vindt, maar je wilt ook niet de hele tafelgenoot hoeven vragen om hulp. Hoe pak je dat slim aan? Het draait allemaal om de juiste vragen stellen en de menukaart ontcijferen.
Hoe lees ik de menukaart effectief?
Menukaarten kunnen soms een hele uitdaging zijn. Let vooral op de indeling en de kleine beschrijvingen. Hier komen we weer die bekende valkuilen tegen die met voeding in het engels te maken hebben:
• Voorgerechten en hoofdgerechten: ‘Starters’ of ‘Appetizers’ zijn de voorgerechten. ‘Main courses’ of simpelweg ‘Mains’ zijn de hoofdgerechten.
• Bijgerechten: Zoek naar ‘Side dishes’.
• De bekende aardappelverwarring: Dit is cruciaal. In Amerika zijn ‘French fries’ (dunne frietjes) de standaard. In het Verenigd Koninkrijk heten diezelfde dunne frietjes ‘chips’. Wat wij in Nederland ‘patat’ noemen (dikker gesneden), noemen ze in het VK vaak ‘chunky chips’ of soms ook gewoon ‘fries’. En ‘crisps’? Dat zijn de zakjes aardappelchips die wij kennen. Het is goed om dit verschil te weten als je ‘fries’ bestelt.
• Desserts: Nagerechten. Zoek naar ‘Pudding’ (in Amerika vaak een soort toetje, in Engeland specifiek een warm, zoet dessert, zoals sticky toffee pudding).
Praktische zinnen voor het bestellen
Je hoeft geen perfect Engels te spreken. Houd het simpel en duidelijk. Je kunt op verschillende manieren aangeven wat je wilt. Hier zijn een paar zinnen die je altijd kunt gebruiken:
• “I would like to order the [gerecht].” (Ik zou graag de [gerecht] willen bestellen.)
• “What do you recommend?” (Wat raadt u aan?) Dit opent een makkelijk gesprek.
• “Could you tell me what is in the [gerecht]?” (Kunt u mij vertellen wat er in de [gerecht] zit?) Handig als je twijfelt over de ingrediënten.
• “I am allergic to [allergeen]. Is this dish free from that?” (Ik ben allergisch voor [allergeen]. Is dit gerecht vrij daarvan?) Dit brengt ons bij een belangrijk punt: allergenen.
Omgaan met diëten en allergieën
Dit is meer dan alleen een voorkeur; dit gaat over je gezondheid. Helder communiceren over intoleranties of dieetkeuzes is essentieel als je communiceert over voeding in het engels.
De belangrijkste allergenen benoemen
Zorg dat je de Engelse term voor jouw specifieke dieetwensen kent. Schrijf ze desnoods op een kaartje. De meest voorkomende allergenen zijn:
• Pinda’s: ‘Peanuts’
• Noten (algemeen): ‘Nuts’
• Gluten/Tarwe: ‘Gluten’ of ‘Wheat’
• Zuivel: ‘Dairy’
• Soja: ‘Soya’ of ‘Soy’
Als je vegetariër bent, zeg je: “I am vegetarian.” Ben je veganist, dan zeg je: “I am vegan.” Als je iets niet eet omdat het dierlijk is, benadruk dit dan. Bijvoorbeeld: “Does this dish contain any meat or fish products?”
Vegetarische en veganistische opties vinden
In veel landen is het steeds makkelijker om vegetarische opties te vinden. Let op de volgende termen op menu’s:
• Vegetarian: Vaak aangeduid met een (V) of expliciet vermeld.
• Vegan: Dit betekent geen enkel dierlijk product, dus ook geen honing, ei of melk. Soms wordt dit aangeduid met (VG).
• Plant-based: Dit betekent dat het gerecht volledig uit planten bestaat. Het is een moderne en vaak duidelijke term.
Als je twijfelt bij het bestellen, vraag dan altijd: “Is this suitable for a vegetarian/vegan diet?” Beter twee keer vragen dan een ongewenst ingrediënt binnenkrijgen.
Drinken en drankjes
Natuurlijk, eten is belangrijk, maar dorst lessen hoort er ook bij. Ook hier zijn er subtiele verschillen tussen het VK en de VS.
Wat drink je waar?
Als je dorst hebt, wil je natuurlijk weten hoe je om een glas water vraagt. Water is in veel situaties gratis of goedkoop, maar je moet wel weten hoe je het vraagt. In de meeste restaurants in de VS krijg je standaard kraanwater, tenzij je anders aangeeft. In het VK moet je dat vaak expliciet vragen.
• Water: Vraag naar ’tap water’ als je gratis kraanwater wilt. Als je gebotteld water wilt, zeg je ‘still water’ (plat water) of ‘sparkling water’ (bruisend water).
• Frisdrank: Dit zijn ‘Soft drinks’. Denk aan ‘soda’ (vooral Amerikaans) of ‘fizzy drinks’ (vooral Brits).
• Sap: ‘Juice’. ‘Orange juice’ is sinaasappelsap.
Koffie en thee zijn redelijk universeel, maar let op de melk. Als je gewone melk wilt, vraag je ‘milk’. Wil je geen zuivel, dan is het ‘oat milk’ (havermelk) of ‘almond milk’ (amandelmelk). Steeds vaker zie je deze opties staan, wat het makkelijker maakt om je dieetwensen door te voeren.
Thuis koken met Engelse recepten
Stel, je duikt thuis in de wereld van voeding in het engels door een Amerikaans of Brits recept te volgen. Dan kom je maten en gewichten tegen die anders zijn. Dit is vaak het meest frustrerende deel.
Matentabellen en temperatuur
De belangrijkste verschillen zitten in de volumes en het gewicht. Europa gebruikt het metrische stelsel (grammen, milliliters), terwijl de VS vaak ounces en cups gebruikt.
• Volume: Cups en tablespoons (eetlepels) of teaspoons (theelepels) komen veel voor in Amerikaanse recepten. Een ‘cup’ is ongeveer 240 ml.
• Gewicht: Amerikanen gebruiken ‘ounces’ (oz) en ‘pounds’ (lb). Eén pond is ongeveer 450 gram. Het is vaak makkelijker om een digitale weegschaal te gebruiken en te kijken of je het recept kunt omrekenen naar grammen voordat je begint.
• Temperatuur: De oveninstellingen zijn in Fahrenheit (°F) in plaats van Celsius (°C). Een veelgebruikte conversie is 180°C, wat neerkomt op ongeveer 350°F.
Als je merkt dat je steeds vastloopt op die maten, zoek dan online naar een ‘baking conversion chart’. Die tabellen zijn goud waard als je werkt met Engelse recepten. Ze geven je direct de vertaling van ‘a pinch’ (een snufje) naar een concrete hoeveelheid.
Veelgestelde vragen
wat betekent ‘gluten-free’?
Dit betekent dat het voedsel geen tarwe, rogge of gerst bevat. Het is belangrijk voor mensen met coeliakie. Als je dit op een menu ziet staan, weet je dat het veilig is voor mensen met een glutenintolerantie.
hoe vraag ik of iets pittig is?
Je kunt vragen: “Is this dish spicy?” Of je gebruikt de term ‘hot’. Als je echt niet van pittig houdt, zeg je duidelijk: “I prefer not to have anything too hot or spicy.”
wat is het verschil tussen ‘veggies’ en ‘vegetables’?
‘Vegetables’ is de formele term voor groenten. ‘Veggies’ is een informele, veelgebruikte afkorting, net zoals wij misschien ‘groenten’ zeggen in plaats van ‘groentesoorten’. Je hoort beide termen overal. Als je zelf ook van plan bent om voordelig en voedzaam in te slaan, bekijk dan de opties voor bulkvoeding.
