Lifestyle

Regelbare voeding schema: ontwerp en componenten

Regelbare voeding schema: ontwerp en componenten
Foto: — · saporetti.nl

Waarom een regelbare voeding zo handig is

Denk eens na over al die verschillende apparaten die je misschien wilt testen of gebruiken. Een microcontroller, zoals een Arduino, wil vaak 5 volt. Een sensor heeft misschien 3.3 volt nodig. En dat oude radiootje dat je aan het repareren bent, vraagt misschien wel 12 volt. Als je alleen maar vaste voedingen hebt, moet je constant met converters of stapelaars gaan werken. Dat is omslachtig. Met een regelbare voeding pak je dat probleem meteen bij de wortel aan.

Een regelbare voeding geeft je de flexibiliteit. Je kunt langzaam de spanning opvoeren om te zien wanneer iets begint te werken. Of je kunt juist heel laag beginnen, bijvoorbeeld bij 1 volt, om te kijken of je componenten zonder schade opstarten. Dit is goud waard, zeker als je met onbekende of zelfgebouwde elektronica werkt. Je bouwt hiermee een stukje veiligheid in je projecten in.

De basis van elk regelbaar voeding schema

Eigenlijk komt elk regelbaar voeding schema neer op drie basistaken. Ongeacht hoe complex de schakeling eruitziet, het moet deze drie dingen kunnen:

• Transformeren: De netspanning (230 Volt uit het stopcontact) moet omlaag naar een bruikbaar, laagspanning niveau (bijvoorbeeld 15 Volt). Dit gebeurt meestal met een transformator.

• Gelijkrichten en filteren: De wisselspanning (AC) van het stopcontact is niet wat je chips nodig hebben. Die willen gelijkspanning (DC). De gelijkrichter zet de AC om in pulserende DC, en de condensator (de ‘buffer’) maakt dit glad.

• Regelen: Dit is waar het echte ‘regelbare’ deel om de hoek komt kijken. Hier wordt de gladgestreken spanning naar de gewenste uitgangsspanning gebracht.

Als je een schema voor een regelbare voeding zoekt, let je vooral op dat derde punt. De eerste twee punten zijn standaard voor bijna elke DC-voeding.

Lineaire versus schakelende regelaars

Hier kom je de eerste grote keuze tegen. De manier waarop je de spanning regelt, bepaalt veel over hoe jouw voeding zich gedraagt. Je hebt grofweg twee soorten regelaars: lineaire en schakelende regelaars. Wil je een gedetailleerd inzicht in de werking, dan is het raadzaam om een schema van een geschakelde voeding te bekijken.

Lineaire regelaars

Lineaire regelaars, vaak opgebouwd rondom een transistor die werkt als een soort variabele weerstand, zijn de klassieke en eenvoudigste manier. Denk aan de populaire LM78xx serie (vast voltage) of de LM317 (regelbaar). Het grote voordeel van een lineaire regelaar is de lage ruis. De spanning is heel stabiel en ‘schoon’. Dit is ideaal voor gevoelige analoge circuits of audio-toepassingen.

Het nadeel? Inefficiëntie. De overtollige spanning die je ‘wegregelt’ wordt omgezet in warmte. Als je bijvoorbeeld 18 Volt ingaat en 5 Volt uit wilt, moet de transistor een flinke hoeveelheid energie als hitte kwijt. Dit betekent dat je grote koelblokken nodig hebt, en ze worden snel warm. Voor een hobbyproject met lage stroomsterktes (tot 1 Ampère) is dit vaak prima te doen.

Schakelende regelaars (Switching regulators)

Schakelende regelaars, zoals Buck-converters (omlaag) of Boost-converters (omhoog), werken heel anders. Ze schakelen heel snel aan en uit (duizenden keren per seconde) en gebruiken spoelen en condensatoren om de energie efficiënt om te zetten. Deze circuits zijn veel efficiënter; ze verspillen weinig energie als warmte. Hierdoor kun je veel meer stroom leveren met een kleiner formaat en minder koeling.

Het nadeel bij deze regelaars is vaak de ruis. Door dat snelle schakelen ontstaat er elektromagnetische interferentie (EMI). Voor veel digitale toepassingen is dit geen probleem, maar als je een zeer precieze meetopstelling bouwt, moet je goed filteren. Moderne, goed ontworpen schakelende modules zijn echter al zeer stil.

Een eenvoudig, bruikbaar regelbaar voeding schema: De LM317-oplossing

Als je een beginner bent en je wilt een betrouwbare, regelbare DC-bron bouwen voor bijvoorbeeld 1.25 Volt tot 15 Volt bij een paar honderd milliampère, dan is het schema rond de LM317 spanningsregelaar een fantastische plek om te starten. Dit geïntegreerde circuit (IC) is heel robuust.

VIDEO: How To Make Voltage Regulator 0-60V 40A

Componenten die je nodig hebt voor dit schema:

• Een transformator (bijvoorbeeld 18V of 24V AC secundair).

• Een gelijkrichterbrug (vier diodes, zoals de 1N4007).

• Een grote buffercondensator (bijvoorbeeld 2200 µF of meer).

• De LM317 spanningsregelaar.

• Twee weerstanden (R1 en R2) om de uitgangsspanning in te stellen.

• Een kleine regelbare weerstand (potentiometer) om de spanning te variëren.

De magie van de LM317 zit in de verhouding tussen twee weerstanden die je aansluit op de ‘Adjust’ (ADJ) pin. De basisformule is simpel: Vout = 1.25V * (1 + R2/R1).

Hier is de praktische toepassing:

• R1 stel je vast. Dit is meestal een vaste weerstand van 240 Ohm.

• R2 maak je variabel. Je vervangt R2 door een vaste weerstand in serie met een potentiometer. Door aan de potentiometer te draaien, verander je de totale weerstand van R2.

Als je de weerstand van R2 verhoogt, gaat de uitgangsspanning omhoog. Draai je hem omlaag, dan gaat de spanning omlaag. Dit is jouw handmatige controleknop. Het is nuchter en werkt bewezen goed. Zorg wel dat je de LM317 op een degelijke koelplaat monteert, anders wordt deze heet als je veel stroom trekt.

Omgaan met stroombegrenzing: Belangrijk voor jouw veiligheid

Een puur spanningsgestuurd regelbaar voeding schema kan gevaarlijk zijn voor jouw projecten als je geen stroombegrenzing hebt. Wat gebeurt er als je een kortsluiting maakt aan de uitgang? De voeding probeert de spanning vast te houden, de stroom loopt enorm op, en je kunt componenten opblazen (of erger: de voeding zelf beschadigen).

Daarom is een Constant Current (CC) modus zo belangrijk. Je wilt een voeding die ofwel een vaste spanning levert (Constant Voltage, CV) óf, als de stroom te hoog wordt, automatisch overschakelt naar een vaste stroomgrens. Dit heet een CV/CC-voeding.

Voor geavanceerdere regelbare voeding schema’s moet je vaak een extra sensor of comparator circuit toevoegen. Dit circuit meet de spanning over een kleine shuntweerstand (een weerstand met zeer lage waarde) in serie met de uitgang. Zodra die spanning een bepaalde drempel overschrijdt (wat betekent dat de stroom te hoog is), stuurt het circuit de regelaar aan om de spanning te laten zakken totdat de stroom weer veilig is. Dit is complexer dan de simpele LM317, maar essentieel voor serieuze labvoedingen.

De keuze tussen bouwen en kopen

Ik begrijp dat je misschien denkt: “Dit klinkt als veel werk. Kan ik het niet gewoon kopen?” En dat kan zeker. Voor veel mensen is een kant-en-klare labvoeding de beste keuze. Je krijgt dan een behuizing, meters voor spanning en stroom, en vaak zowel CV- als CC-functionaliteit, allemaal netjes in een behuizing.

Maar waarom zou je dan toch een eigen regelbaar voeding schema willen bouwen? Het gaat om de leerervaring en specificiteit.

• Leren: Door zelf de transformator, de gelijkrichting en de regelaar te selecteren, begrijp je écht hoe de energie van het stopcontact naar jouw project stroomt.

• Specificiteit: Misschien heb je een voeding nodig die alleen maar tussen 1.0 en 2.5 Volt kan leveren, maar wel 5 Ampère! Een standaard labvoeding is vaak 0-30V, 3A. Door zelf te bouwen, stem je de voeding af op jouw unieke behoefte, waardoor je misschien goedkoper uit bent en het apparaat kleiner wordt.

Als je besluit zelf te bouwen, zoek dan naar schema’s die expliciet low-noise of high-efficiency vermelden. Dit helpt je meteen de juiste route te kiezen voor jouw toepassing.

Praktische tips voor jouw eigen voeding

Of je nu een simpel LM317-schema gebruikt of een meer geavanceerd ontwerp nabouwt, een paar zaken moet je altijd goed regelen. Dit zijn de dingen waar de meeste mensen pas achter komen als ze de rookpluim zien:

• Koeling is koning: Voor lineaire regelaars geldt: bereken de maximale warmteafvoer (P = (Vin – Vout) * Iout). Als dat meer dan 1 of 2 Watt is, heb je een koelblok nodig. Liever te veel koeling dan te weinig.

• Kies de juiste condensator na de gelijkrichter: Deze condensator bepaalt hoe ‘glad’ de spanning is voordat hij de regelaar ingaat. Hoe groter de capaciteit, hoe beter de filtratie. Maar te groot is ook niet altijd goed; het zorgt voor grotere pieken in de ingangsstroom bij het aanzetten. Reken op ongeveer 1000 µF per Ampère bij 50Hz netfrequentie.

• Bescherming tegen terugkoppeling: Sommige componenten, vooral bij het uitschakelen van de voeding, kunnen spanning terugsturen naar de regelaar. Zorg altijd voor beschermdiodes als je schakelende regelaars of complexe feedback-loops gebruikt.

• Testen met een dummy load: Gebruik een ‘dummy load’ (een hoogvermogen weerstand) om de voeding te testen voordat je jouw waardevolle microcontrollers aansluit. Zo zie je of hij de spanning vasthoudt onder belasting.

Onthoud dat het bouwen van een voeding een project is waarbij veiligheid voorop staat, vooral omdat je met het net werkt. Als je de transformator en gelijkrichter opbouwt, werk je met dodelijke spanningen. Als je hier onzeker over bent, start dan met een voeding die al een externe, veilige DC-adapter gebruikt als input. Dan hoef je je alleen te concentreren op het regelbare deel van het schema.

Veelgestelde vragen

Aanvullende informatie

Maak je reis door het onderwerp Regelbare voeding schema: ontwerp en componenten compleet met deze links.

Gezocht schema voor regelbare lineaire voeding 0-30v en 10A …

Ontwerp ruisarme voeding – forum.zelfbouwaudio.nl

Is mijn voeding te heet als ik hem aanraak?

Als je de behuizing van de regelaar of een koelblok voelt, en deze is echt heet (je kunt je vinger er niet langer dan een seconde op houden), dan is hij te heet. Dit betekent dat de regelaar te hard moet werken om de spanning te verlagen. Je moet de ingangsspanning omlaag brengen, of een efficiëntere schakelende regelaar gebruiken.

Hoe meet ik de stroom die mijn voeding levert?

Om de geleverde stroom te meten, plaats je een amperemeter (of een multimeter in stroommeetmodus) in serie met de uitgang van jouw regelbare voeding schema. De meter vervangt tijdelijk de belasting. Zorg er altijd voor dat je multimeter de maximale stroom aankan die jouw voeding kan leveren.

Welke transformator moet ik kiezen voor mijn schema?

De secundaire spanning van je transformator moet hoger zijn dan de maximale spanning die je uit je regelaar wilt krijgen, plus een marge voor de gelijkrichting en de ‘overhead’ van de regelaar zelf. Als je bijvoorbeeld 15V DC wilt, kies je een transformator die ongeveer 18 tot 20 Volt AC levert, omdat de gelijkrichting en de spanningsval over de LM317 wat spanning kosten.

Ontdek alle artikelen

Blader door alle onderwerpen en lees de volledige verzameling artikelen op één plek.

Alle artikelen