Waarom is de voeding van een puppy zo belangrijk?
Je pup groeit razendsnel. Denk eens na: een klein hondje van een paar kilo groeit binnen een jaar uit tot een volwassen hond. Die explosieve groei vraagt enorm veel van het lijfje. Het skelet, de spieren, het immuunsysteem – alles ontwikkelt zich in dit korte tijdsbestek. De voeding die je geeft, is letterlijk de bouwsteen voor het volwassen dier dat hij wordt. Als je nu een verkeerde start maakt met de voeding, kan dat later voor problemen zorgen, vooral bij grotere rassen waar de botgroei extra aandacht vraagt.
Je wilt een stabiele groei. Dat betekent niet dat je pup zo snel mogelijk groot moet worden. Een te snelle groei, vaak veroorzaakt door te veel energie (calorieën) of een verkeerde balans in mineralen, kan leiden tot gewrichtsproblemen op latere leeftijd. Dat is het laatste wat je wilt voor jouw nieuwe maatje. Daarom is het zo cruciaal om te begrijpen wat je in die voerbak legt.
Wat heeft een puppy echt nodig in zijn voer?
Een puppy heeft andere behoeften dan een volwassen hond. Ze hebben meer energie nodig per kilo lichaamsgewicht om al dat groeien te bekostigen. Maar het gaat niet alleen om kwantiteit; de kwaliteit en de verhoudingen zijn essentieel.
Dit zijn de belangrijkste bouwstenen waar je op moet letten bij het kiezen van puppybrokken of natvoer:
• Eiwitten van hoge kwaliteit: Dit zijn de spierbouwers. Kies voor voeding waarbij dierlijke eiwitbronnen (zoals kip, lam of vis) bovenaan de ingrediëntenlijst staan. Dit zijn de eiwitten die hij het makkelijkst kan opnemen.
• De juiste vetten: Vetten leveren energie en zijn nodig voor een gezonde huid en vacht. Essentieel is de aanwezigheid van DHA, een omega-3 vetzuur. Dit is superbelangrijk voor de ontwikkeling van de hersenen en het gezichtsvermogen van jouw jonge hond.
• Mineralen en vitamines (met name calcium en fosfor): Dit is het meest delicate punt bij puppy’s, vooral bij grote rassen. De verhouding tussen calcium en fosfor moet precies goed zijn om een goede botontwikkeling te garanderen. Te veel calcium kan net zo schadelijk zijn als te weinig. Dit is de reden waarom je echt speciale ‘puppyformules’ moet gebruiken en niet zomaar het voer van de grote hond erbij geven.
De overstap: Van moeder of asiel naar jouw huis
Je pup komt vaak van de fokker of het asiel, en die gaf waarschijnlijk al een bepaald voer. Vaak is dit een prima startvoer. Het eerste wat je moet onthouden is: verander niet te snel van voer. Dat klinkt misschien tegenstrijdig als je al wilt overstappen op een ander merk, maar de darmen van een pup zijn nog gevoelig. Plotselinge veranderingen leiden bijna altijd tot diarree, en dat is vervelend voor jou én voor je hondje.
Hoe voer je geleidelijk over?
Als je een overstap maakt, doe dit dan in minstens zeven dagen. Dit geeft het spijsverteringsstelsel van je pup de tijd om zich aan te passen aan de nieuwe ingrediënten. Dit is de meest praktische manier om maagklachten te voorkomen:
• Dagen 1-2: 75% oud voer, 25% nieuw voer mengen.
• Dagen 3-4: 50% oud voer, 50% nieuw voer mengen.
• Dagen 5-6: 25% oud voer, 75% nieuw voer mengen.
• Dag 7 en verder: 100% nieuw voer.
Kijk goed naar de ontlasting. Is die mooi gevormd? Dan gaat het goed. Zie je het na een paar dagen nog steeds niet zitten om over te stappen? Neem dan gewoon een paar dagen extra in elke fase. Het tempo ligt bij jouw pup, niet bij een marketingkalender.
Hoe vaak geef je puppybrokken? De voedingsroutine
Hongerige ogen in de keuken, dat ken je vast al. Hoe vaak je voert, hangt af van de leeftijd van je pup. Jonge puppy’s hebben kleine maagjes en een hoge energiebehoefte, dus ze moeten vaker eten dan een volwassen hond.
Dit is een gangbare richtlijn voor de voedingsfrequentie:
• 8 tot 12 weken oud: 4 keer per dag.
• 3 tot 6 maanden oud: 3 keer per dag.
• Vanaf 6 maanden: 2 keer per dag.
Veel mensen kiezen ervoor om hun pup vanaf zes maanden twee keer per dag te voeren, net als een volwassen hond. Let wel op: je geeft de totale dagelijkse hoeveelheid, maar verdeelt die dan over die twee maaltijden. Die dagelijkse hoeveelheid staat meestal op de verpakking van het voer. Kijk niet alleen naar het gewicht van je hond, maar ook naar zijn verwachte volwassen gewicht, vooral als je een ras hebt dat nog flink gaat groeien.
Hoeveel voer geef je precies? Schoteltips
De voerbak afmeten is iets waar veel baasjes mee worstelen. Als je te veel geeft, wordt je pup te zwaar en krijg je die eerder genoemde problemen met de groei. Als je te weinig geeft, krijgt hij niet genoeg bouwstoffen binnen.
Mijn advies? Gebruik de aanbeveling op de verpakking als een startpunt. Weeg de brokjes altijd af met een keukenweegschaal. Maatbekers zijn onnauwkeurig en kunnen een groot verschil maken over een paar maanden tijd.
Daarna observeer je jouw pup. Dit is belangrijker dan welk schema dan ook:
• De ribtest: Je moet de ribben van je pup kunnen voelen als je zachtjes met je hand over zijn borstkas gaat. Je mag ze niet zien, maar je moet ze wel kunnen voelen. Als je echt moet drukken om ze te voelen, krijgt hij te veel.
• De buiklijn: Als je van bovenaf naar je hond kijkt, moet je een lichte ‘inkeping’ zien tussen de ribbenkast en de heupen. Een te bolle buik wijst op overgewicht of te snel eten.
Zie je dat je pup na de maaltijd sloom wordt en nauwelijks zin heeft in spelen? Misschien geef je te veel, of misschien eet hij te snel. Dat laatste is een veelvoorkomend probleem bij puppy’s die gulzig zijn.
Traag eten: Hoe krijg ik mijn pup rustiger aan de bak?
Sommige puppy’s zien hun voer alsof ze het in een minuut moeten wegwerken, voordat een denkbeeldige concurrent het inpikt. Dit snelle eten kan leiden tot maagkrampen en, in zeldzame maar ernstige gevallen, tot een maagtorsie op latere leeftijd. Hoe voorkom je dat?
Je kunt het voeren vertragen door hulpmiddelen te gebruiken:
• Voerpuzzels of slowfeeders: Dit zijn bakken met obstakels, waardoor je pup letterlijk moet puzzelen om bij elk brokje te komen. Dit geeft niet alleen een langzamere maaltijd, maar het is ook mentaal stimulerend.
• De muffinvorm truc: Verdeel de dagelijkse portie brokjes over de holtes van een muffinvorm. Zo moet hij telkens een nieuw, klein portie oppakken.
• Verspreiden over de vloer: Vooral als je met een puppybrokjes in de hand traint, kun je de rest van de maaltijd verspreiden over een schoon vloeroppervlak. Hij moet dan elk brokje zoeken, wat het eetproces enorm vertraagt.
De overstap naar volwassen voer
Wanneer is mijn pup geen pup meer en kan hij overstappen op voer voor volwassen honden? Dit is een vraag die vaak voor onzekerheid zorgt. Het antwoord is niet gebaseerd op een vaste leeftijd, maar grotendeels op het ras en de verwachte volwassen grootte.
Kleine rassen (denk aan terriërs of dwergpoedels) zijn vaak al rond de 9 tot 12 maanden volgroeid. Middelgrote rassen volgen rond de 12 tot 15 maanden. Grote en reuzenrassen, zoals herders of Berner Sennenhonden, hebben veel langer nodig voor de volledige botontwikkeling. Zij kunnen wel 18 tot 24 maanden doorgaan met speciaal groeivoer voor grote rassen.
Kies je voor een overstap naar volwassen voer, gebruik dan dezelfde geleidelijke methode als bij de introductie van het puppyvoer. Hou ook bij volwassen voer de conditie van je hond in de gaten. Als hij toch wat te mager wordt met het volwassen voer, kun je altijd nog een overgangsperiode inbouwen waarin je een mix van puppy- en volwassenvoer geeft.
Wat met snacks en tafelrestjes?
Ik snap het, die puppyogen zijn onweerstaanbaar. Je eet een stukje kip en daar zitten die twee bruine ogen vol smekende hoop. De verleiding is groot. Maar wees hierin heel strikt voor jezelf. Snacks en tafelrestjes mogen het dagelijkse rantsoen niet verstoren. Vooral omdat de balans in puppyvoer zo nauwkeurig is afgestemd, kan een te grote hoeveelheid ‘extraatjes’ de calcium-fosforverhouding in de war schoppen.
Gebruik liever gezonde, puppy-veilige alternatieven als je wilt belonen:
• Een paar brokjes van zijn eigen maaltijd.
• Kleine stukjes gekookte wortel of komkommer (let op: dit zijn geen voedingsstoffen die hij uit zijn basisvoer mist, maar ze zijn prima als vuller).
• Speciaal daarvoor gemaakte, kleine trainingssnoepjes die specifiek voor puppy’s zijn gemaakt.
Vermijd brood, kaas en gekookt vlees met te veel zout of vet. Het is makkelijker om één regel te hebben: geen tafelrestjes. Dat geeft duidelijkheid, ook als je bezoek hebt.
Veelgestelde vragen
Moet ik natvoer of brokken kiezen?
Dat hangt af van je voorkeur en de behoefte van je pup. Brokken zijn vaak makkelijker in de hoeveelheid af te meten en goed voor het gebit. Natvoer bevat meer vocht, wat prettig kan zijn als je pup nog niet veel drinkt. Je mag ze ook mengen, zolang je de totale calorie-inname in de gaten houdt. Begin met wat je het makkelijkst vindt om consequent toe te passen.
Wat doe ik als mijn pup zijn voer niet opeet?
Als je een jonge pup hebt (jonger dan 4 maanden), blijf je het aanbieden. Als hij na vijftien minuten nog niet gegeten heeft, haal je de bak weg tot de volgende voedertijd. Honger is een goede motivator. Als dit gedrag aanhoudt bij een oudere pup, of als je pup lusteloos wordt, is het slim om even contact op te nemen met de dierenarts. Er kan dan iets anders aan de hand zijn.
Is het oké om melk te geven aan mijn pup?
Nee, geef je pup geen gewone koemelk. De meeste puppy’s hebben na de zoogtijd het enzym lactase niet meer in voldoende mate om lactose (melksuiker) goed te verteren. Dit leidt bijna altijd tot diarree en darmklachten. Water is de enige vloeistof die hij naast zijn voeding nodig heeft.
