Voeding

Laboratorium voeding: De essentiële gids voor specialisten

Laboratorium voeding: De essentiële gids voor specialisten
Foto: — · saporetti.nl

Wat is laboratorium voeding precies?

Als we het over ‘voeding’ hebben, denken we meestal aan ons avondeten: aardappelen, groenten, een stukje vlees. In het laboratorium betekent ‘voeding’ iets heel anders. Hier zijn het de ingrediënten die je gebruikt om bijvoorbeeld bacteriën of schimmels te laten groeien. Of het zijn de standaardoplossingen die je nodig hebt om te meten hoe veel suiker, zout of eiwit er in een echt voedingsproduct zit.

Eigenlijk kun je laboratorium voeding opdelen in twee grote groepen:

• Oplossingen en reagentia voor analyse: Dit zijn de chemicaliën die je gebruikt om een monster te onderzoeken. Denk aan zuren, basen, zouten of kleurstoffen die je toevoegt om een reactie uit te lokken of om een bepaalde stof te detecteren.

• Kweekmedia voor microbiologie: Dit is de ‘echte’ voeding. Dit zijn mengsels van suikers, eiwitten, mineralen en vitamines in de juiste verhoudingen. Micro-organismen, zoals bacteriën, hebben dit nodig om te kunnen leven en zich te vermenigvuldigen in een petrischaal of reageerbuis.

Je ziet dus dat de term breed is. Het gaat altijd om de stoffen die je doelgericht inzet om een specifiek wetenschappelijk doel te bereiken. Betrouwbaarheid staat hierbij centraal.

Waarom is de kwaliteit van laboratorium voeding zo belangrijk?

Stel je voor: je wilt weten hoeveel vitamine C er in een nieuwe sinaasappelsap zit. Je pakt een methode, voegt een reagens toe, en je krijgt een kleurverandering. Als dat reagens al verouderd of vervuild is met een ander zout, dan klopt je meting niet. Je eindresultaat is dan waardeloos, ook al heb je het perfect uitgevoerd.

Dit geldt voor elke test. Jouw resultaat is zo sterk als het zwakste onderdeel van je opstelling. En dat is vaak die ene standaardoplossing of die ene batch voedingsbodem.

De noodzaak van zuiverheid en certificering

In het reguliere leven kijken we naar de houdbaarheidsdatum. In het laboratorium kijken we naar de zuiverheid en de batchanalyse. De meeste stoffen die je gebruikt, zijn niet zomaar ‘keukenzout’. Ze zijn vaak van een veel hogere zuiverheid, bijvoorbeeld ‘pro analysi’ (voor analyse) of zelfs ‘HPLC-kwaliteit’.

Dit betekent dat de fabrikant precies weet wat er in dat potje zit, en vooral ook wat er niet in zit. Als je bijvoorbeeld een zware metaalanalyse doet, wil je niet dat er al andere metalen in je teststof zitten. Je kijkt altijd naar het analyse-certificaat. Dat is het officiële bewijs dat de stof voldoet aan de gestelde eisen voor die specifieke toepassing.

Als je hiermee werkt, moet je goed opletten op een paar dingen:

• De houdbaarheidsdatum van de oorspronkelijke verpakking.

• De bewaarcondities. Veel stoffen moeten koel, donker of zelfs onder stikstof bewaard blijven.

• De integriteit van de verpakking. Is de dop nog goed dicht? Ziet het poeder er nog uit zoals het hoort?

Praktisch aan de slag: zelf oplossingen maken

Vaak moet je kant-en-klare poeders of tabletten oplossen om een werkzame stof te krijgen. Dit is een veelvoorkomende taak in het laboratorium. Je hebt de juiste nauwkeurigheid nodig, want een kleine afwijking kan grote gevolgen hebben voor je meting. Net zoals precisie in het laboratorium essentieel is, is nauwkeurigheid ook belangrijk voor een gezond leven en advies over voeding.

VIDEO: Borstvoedingsbabbel voor zorgprofessionals

De juiste materialen voor nauwkeurig werken

Voordat je begint met afwegen, zorg je dat je materiaal in orde is. Dit lijkt misschien een detail, maar het is cruciaal voor betrouwbare laboratorium voeding preparaten.

Denk hierbij aan:

• Weegschalen: Gebruik je een analytische balans (die tot op 0,0001 gram kan meten)? Zorg dan dat deze gekalibreerd is en dat je de weegschalen schoonmaakt voor en na gebruik.

• Maatkolven: Dit zijn de glazen of plastic flessen met een heel nauwkeurige streep. Gebruik deze voor het maken van oplossingen met een exacte concentratie. Gebruik nooit een bekerglas om een 1 Molaire oplossing te maken; dat lukt nooit nauwkeurig genoeg.

• Gedestilleerd of gedeïoniseerd water: Kraanwater bevat mineralen en zouten die je meting flink kunnen verstoren. Gebruik altijd water van hoge kwaliteit (vaak aangeduid als ‘Aqua purificata’ of ‘WFI-kwaliteit’ voor gevoelig werk).

Stappenplan voor het maken van een standaardoplossing

Laten we zeggen dat je een standaardoplossing van 0,1 M Natriumchloride (keukenzout) moet maken in een maatkolf van 100 ml. Hoe pak je dat aan?

• Berekening: Zorg dat je weet hoeveel gram je nodig hebt. Voor NaCl (molecuulmassa ongeveer 58,44 g/mol) voor 100 ml (0,1 L) van 0,1 M heb je nodig: $0,1 text{ mol/L} times 0,1 text{ L} times 58,44 text{ g/mol} = 0,5844$ gram.

• Afwegen: Weeg deze hoeveelheid nauwkeurig af op de balans. Gebruik een weegpapier of een weegbootje.

• Oplossen: Breng het afgewogen zout over in de schone 100 ml maatkolf. Doe dit voorzichtig om geen stof te verliezen. Voeg nu een klein beetje van het gedestilleerde water toe, ongeveer tot de helft van de kolf.

• Zwenken: Zwenk de kolf voorzichtig tot al het zout volledig is opgelost. Je mag hierbij niet schudden, want dan kan er luchtbelvorming ontstaan.

• Aanvullen tot streep: Vul nu aan met het water tot aan de markering op de hals van de maatkolf. Kijk op ooghoogte naar de meniscus (de onderkant van het wateroppervlak) en zorg dat deze precies de streep raakt.

• Homogeniseren: Sluit de kolf af met de stop en keer hem een paar keer rustig om. Zo vermeng je de laatste restjes die misschien aan de hals vastzitten.

Je hebt nu een officiële standaardoplossing. Vergeet niet om direct een label te maken met de inhoud, de concentratie, de datum en jouw initialen. Goed gelabelde chemische reagens voor voedselanalyse is de helft van het werk.

Voedingsbodems voor microbiologisch onderzoek

Als je met micro-organismen werkt, heb je kweekmedia nodig. Dit is de meest letterlijke vorm van laboratorium voeding. Je kweekt bijvoorbeeld bacteriën uit een voedingsmonster om te zien of er salmonella aanwezig is.

De meest bekende zijn voedingsbodems zoals PCA (Plate Count Agar) voor algemene tellingen, of specifieke selectieve media. Selectieve media zijn zo gemaakt dat alleen de micro-organismen die je zoekt, kunnen groeien. De rest wordt geremd door toevoeging van bijvoorbeeld galzouten of antibiotica.

Onmisbare bronnen

Hier is een samengestelde lijst van links die je alles vertellen over Laboratorium voeding: De essentiële gids voor specialisten.

Het gevaar van nep essentiële oliën

Laboratoriumdiagnostiek | NHG-Richtlijnen

Het maken van een agarplaat

Voedingsbodems worden vaak geleverd als een poeder. Ook hier moet je nauwkeurig te werk gaan.

• Afwegen van het poeder: Volg altijd de instructies op de verpakking nauwkeurig op voor de juiste hoeveelheid poeder per liter. Te veel of te weinig voeding beïnvloedt de groeisnelheid van de bacteriën.

• Oplossen in water: Los het poeder op in het juiste type water, vaak gedestilleerd water, in een erlenmeyer.

• Steriliseren: Dit is de belangrijkste stap bij microbiologische media. Je moet alle aanwezige levende organismen (ook de ongewenste) doden. Dit doe je meestal door de vloeibare media te koken in een autoclaaf (een soort hogedrukpan) op 121 °C voor minimaal 15 minuten. Dit proces doodt alles en zorgt ervoor dat je begint met een ‘schone lei’.

• Gieten: Nadat de media is afgekoeld tot ongeveer 50 °C (lauw), giet je deze in steriele petrischalen. Je moet wachten tot de agar gestold is voordat je ze kunt gebruiken of opslaan.

Heb je te lang gewacht met gieten? Dan stolt de agar al in de erlenmeyer. Wat nu? Warm het heel voorzichtig opnieuw op, maar niet te lang, want te veel verhitting kan de chemische samenstelling van de voeding veranderen. Dit is een typisch geval van: rustig blijven en het proces opnieuw starten als het misgaat.

Opslag en veiligheid: de basis van verantwoord werken

Als je met deze chemicaliën en media werkt, moet je veiligheid vooropstellen. Dit gaat niet alleen om jouw bescherming, maar ook om de integriteit van de chemische stoffen voor laboratoriumgebruik.

Juiste opslag voorkomt problemen

Verkeerde opslag is de snelste manier om je dure laboratoriumvoeding onbruikbaar te maken. Heb je een potje met een hygroscopische stof (een stof die vocht uit de lucht aantrekt)? Als je de dop te lang open laat staan, zal de stof vocht opnemen. Je weegt dan niet alleen de stof, maar ook water, waardoor je concentratie niet meer klopt.

Een paar gouden regels voor opslag:

• Scheiden: Zuren en basen bewaar je gescheiden. Oxidatoren (stoffen die brand kunnen veroorzaken) houd je ook apart van organische stoffen. Dit voorkomt gevaarlijke reacties bij lekkage.

• Temperatuur en licht: Veel biologische buffers en sommige kleurstoffen zijn lichtgevoelig. Bewaar deze in bruine flessen in een donkere kast.

• Controleer regelmatig: Kijk af en toe of er geen potjes lekken of dat de etiketten nog leesbaar zijn.

Veilig werken met reagentia

Je werkt met potentieel gevaarlijke stoffen. Dat is geen reden tot paniek, maar wel tot zorgvuldigheid. Voordat je een nieuw potje opent, kijk je naar het etiket. Je zoekt naar de gevarenpictogrammen. Die kleine ruitvormige plaatjes vertellen je direct waar je op moet letten.

Draag altijd de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM). Dat betekent:

• Een laboratoriumjas die dichtgeknoopt is.

• Veiligheidsbril, ook als je denkt dat je alleen maar water pakt. Een spatje is zo gebeurd.

• Geschikte handschoenen. Nitril handschoenen zijn prima voor veel organische oplosmiddelen, maar bij sommige sterkere chemicaliën heb je dikkere of andere soorten nodig. Raadpleeg de veiligheidsinformatiebladen (MSDS/SDS) als je twijfelt.

Als je iets morst, ruim het dan meteen op volgens de procedures van jouw laboratorium. Goede afspraken over het opruimen van laboratoriumchemicaliën zorgen voor een veilige werkomgeving voor iedereen.

Veelgestelde vragen

wat is het verschil tussen een standaard en een reagens?

Een reagens is een stof die je gebruikt om een chemische reactie op gang te brengen of om iets aan te tonen in een monster. Een standaard is een oplossing waarvan je de exacte concentratie heel nauwkeurig weet. Je gebruikt die standaard om je meetinstrument of je methode te kalibreren, zodat je met de resultaten van de reagentia kunt rekenen.

mag ik zelf oplossingen met kraanwater maken?

Nee, eigenlijk niet voor serieuze metingen. Kraanwater bevat mineralen en chloor die je resultaten enorm kunnen beïnvloeden, zeker bij gevoelige analyses of microbiologische kweken. Gebruik altijd gedestilleerd, gedeïoniseerd of gezuiverd water, afhankelijk van de vereiste zuiverheid voor jouw specifieke laboratorium voeding test. Ben je geïnteresseerd in een carrière in dit veld? Lees meer over Voeding en Diëtetiek HBO.

hoe lang blijven zelfgemaakte kweekbodems goed?

Als je de voedingsbodems correct gesteriliseerd en afgedekt hebt bewaard in de koelkast (meestal tussen 4 °C en 8 °C), zijn ze vaak nog enkele weken tot maanden houdbaar. Controleer altijd op tekenen van besmetting, zoals ongewenste schimmelgroei of verkleuring, voordat je ze gebruikt voor je experiment.

Ontdek alle artikelen

Blader door alle onderwerpen en lees de volledige verzameling artikelen op één plek.

Alle artikelen