Voedingsstoffen

Laag glycemische voeding: wat is het en hoe werkt het?

Laag glycemische voeding: wat is het en hoe werkt het?
Foto: — · saporetti.nl

Wat is laag glycemische voeding eigenlijk?

Laten we bij de basis beginnen. Misschien heb je de term ‘glycemische index’ (GI) weleens gehoord. Dat is eigenlijk de sleutel tot dit hele verhaal. De glycemische index is een schaal die aangeeft hoe snel een koolhydraatrijk voedingsmiddel je bloedsuikerspiegel laat stijgen. Zie je bloedsuikerspiegel als een vijver. Sommige dingen, zoals witte pasta of suiker, gooien een flinke steen in die vijver. Dat veroorzaakt grote golven – een snelle piek in je bloedsuiker, gevolgd door een snelle daling (de energiedip).

Voedingsmiddelen met een lage glycemische index doen dit veel rustiger aan. Ze gooien een kiezelsteentje in de vijver. Het effect op je bloedsuikerspiegel is langzaam en stabiel. Je lichaam heeft tijd om de energie te gebruiken. Dat is precies wat we willen als we praten over laag glycemische voeding.

Waarom zou je hierop willen letten?

Veel mensen ervaren voordeel van deze manier van eten. Het gaat niet alleen om afvallen, hoewel dat soms een prettige bijkomstigheid kan zijn. Het gaat vooral om jouw dagelijkse welzijn. Merk je een van deze dingen bij jezelf? Dan is dit onderwerp vast interessant voor jou.

• Je voelt je vaak moe, vooral na de lunch.

• Je hebt vaak trek in zoetigheid, ook als je net gegeten hebt.

• Je merkt dat je concentratie soms ver te zoeken is.

• Je wilt je lichaam ondersteunen bij een gezonde stofwisseling.

Als je kiest voor voeding die langzaam verteert, geef je je lichaam een constante energietoevoer. Je voorkomt die snelle pieken en dalen. Dat geeft je een veel stabieler gevoel gedurende de dag. Het is een vorm van liefde geven aan je lichaam, door het niet steeds te overladen met snelle suikers.

Hoe bepaal je wat laag of hoog glycemisch is?

Je hoeft geen scheikundeboek erbij te pakken om dit te begrijpen. Er zijn een paar duidelijke richtlijnen. Voedingsmiddelen worden ingedeeld in drie groepen, gebaseerd op hun GI-waarde:

• Laag: GI-waarde van 55 of lager. Dit zijn de helden.

• Gemiddeld: GI-waarde tussen 56 en 69. Deze kun je met mate eten.

• Hoog: GI-waarde van 70 of hoger. Deze wil je beperken als je stabiliteit zoekt.

Maar eerlijk is eerlijk, die getallen zijn soms lastig te onthouden. Kijk liever naar de structuur van het voedsel. Hoe meer bewerkt, geraffineerd of fijngemalen iets is, hoe sneller het wordt opgenomen en hoe hoger de GI meestal is.

De invloed van bewerking en bereiding

Dit is een heel belangrijk punt dat veel mensen over het hoofd zien bij laag glycemische voeding. Het maakt enorm uit hoe je iets klaarmaakt. Neem bijvoorbeeld aardappelen. Gekookte aardappelen hebben een gemiddelde GI. Maar maak je daar aardappelpuree van? Dan wordt de structuur zo zacht dat je lichaam het bijna als suiker opneemt; de GI schiet omhoog. Bak je die aardappelen en laat je ze vervolgens afkoelen (bijvoorbeeld voor een koude salade)? Dan verandert de zetmeelstructuur, en de GI daalt weer aanzienlijk!

Hetzelfde geldt voor granen. Hele tarwekorrels (zoals in hele spelt) worden langzaam afgebroken. Witbrood of witte rijst zijn na bewerking supersnel beschikbaar. Jouw darm heeft er nauwelijks moeite mee, en daarom schiet je bloedsuiker omhoog.

Concrete keuzes in jouw dagelijkse maaltijden

Oké, genoeg theorie. Hoe pas je dit nu toe als je boodschappen doet of je bord vult? Het doel is niet om alle koolhydraten te schrappen, maar om de juiste soort koolhydraten te kiezen en te combineren. Hier zijn praktische voorbeelden die je direct kunt toepassen om de glycemische lading van je maaltijd te verlagen.

VIDEO: Hoe zit dat met de glycemische index ook al weer?

Vervang de snelle koolhydraten

Kijk eens kritisch naar je standaardkeuzes. Kun je deze slim vervangen voor opties met een lagere GI?

• Rijst: Ga voor zilvervliesrijst, zaden of volkoren pasta in plaats van witte varianten. Basmati heeft overigens een lagere GI dan witte of pandanrijst.

• Brood: Kies volkorenbrood met minimaal 51% volkorenmeel. Nog beter is zuurdesembrood, omdat het fermentatieproces de opname vertraagt.

• Aardappelen en wortelgewassen: Eet ze met schil. Gebruik minder bewerkte varianten zoals zoete aardappel (die heeft een lagere GI dan een witte aardappel) of eet gekookte groenten zoals pompoen.

• Ontbijtgranen: Vermijd muesli met toegevoegde suiker. Havermout (de grove variant, niet de instantversie) is een fantastische basis voor een laag glycemisch ontbijt.

Verrijkende links

Bekijk deze interessante artikelen die we hebben uitgekozen over Laag glycemische voeding: wat is het en hoe werkt het?.

Glykemische index – Diabetes Fonds

Glycemische index | Voedingscentrum

De kracht van combinaties: Vetten, eiwitten en vezels

Dit is misschien wel de makkelijkste en meest effectieve tip als je start met je voeding aanpassen. Je hoeft je favoriete boterham met kaas niet direct op te geven. Eiwitten (zoals vlees, vis, eieren, tofu) en gezonde vetten (zoals avocado, noten, olijfolie) remmen de snelheid waarmee koolhydraten worden opgenomen.

Stel, je eet een banaan (die heeft een gemiddelde GI). Eet je die alleen, dan krijg je een snelle suikerpiek. Eet je die banaan samen met een handje walnoten en een volkoren cracker? Dan wordt die suiker veel langzamer vrijgegeven in je bloedbaan. Je vertraagt het proces.

Vezels doen hetzelfde. Ze werken als een soort spons in je darmen. Daarom zijn groenten – met name de bladgroenten en vezelrijke broccoli – zo belangrijk. Ze bevatten veel volume en weinig ‘snelle’ suikers.

Praktische toepassing: Een dag laag glycemisch eten

Laten we eens kijken hoe zo’n dag eruit kan zien, zonder dat je uren in de keuken hoeft te staan. Het gaat om slimme, kleine aanpassingen. Voor mensen met diabetes is dit extra belangrijk, en gezonde voeding bij diabetes speelt hierbij een sleutelrol.

Ontbijt: De stabiele start

Begin de dag rustig. Een veelvoorkomende valkuil is een ontbijt dat je al na twee uur weer hongerig maakt. Vervang je standaard suikerrijke ontbijtgranen of witbrood door:

• Havermoutpap (gemaakt met water of ongezoete plantaardige melk) met wat kaneel en een paar amandelen. De kaneel kan zelfs helpen bij de gevoeligheid voor insuline.

• Twee eieren met een dikke snee volkorenbrood en wat avocado.

• Volle yoghurt (naturel) met wat bessen (die zijn relatief laag in suiker) en een lepel lijnzaad.

Lunch: Voorkom het middagdipje

De lunch is vaak de plek waar de energiedip toeslaat, vooral als je een broodje eet met bewerkt beleg. Probeer je lunch te vullen met veel kleur en eiwit.

• Maak een grote salade. Gebruik als basis donkere bladgroenten. Voeg eiwitten toe (kip, linzen of feta) en een dressing op basis van olijfolie. Gebruik volkoren crackers of een klein volkorenbroodje ernaast, in plaats van eronderop.

• Restjes van de avond ervoor. Als je gisteravond volkoren pasta at met veel groenten en een vette saus, is dat een prima lunch. De afkoeling helpt de GI te verlagen.

Avondeten: De basis leggen voor de nacht

Zorg ervoor dat je avondmaaltijd de hoofdrolspelers bevat: veel groenten, een goede eiwitbron en een complexe koolhydraatbron.

• Kies voor peulvruchten zoals linzen of bonen. Die hebben een zeer lage GI en zitten boordevol vezels. Maak er een stevige stoofpot van.

• Als je aardappels eet: kook ze en laat ze afkoelen, of serveer ze bij een grote hoeveelheid groenten.

• Kies voor volkoren couscous of quinoa in plaats van witte rijst.

Twijfel en realistisch blijven

Ik wil benadrukken dat je niet elke dag perfect hoeft te zijn. Dit is geen dieet met een keiharde lijst van wat mag en niet mag. Als je af en toe zin hebt in een witte boterham met jam, dan is dat prima. Het gaat om de balans over een langere periode. Als jouw dagelijkse voeding voornamelijk bestaat uit de laag glycemische opties, dan help je je lichaam enorm.

Wees ook niet bang om te proeven en te voelen. Wat voor de één een stabiele maaltijd is, kan voor de ander toch een lichte reactie geven. Luister naar jouw lijf. Voel je je energiek na die maaltijd? Blijf je alert? Dan zit je op het goede spoor voor jouw persoonlijke manier van laag glycemisch eten.

Veelgestelde vragen

wat is het verschil met koolhydraatarm eten?

Koolhydraatarm eten mikt op het drastisch verminderen van de totale hoeveelheid koolhydraten. Laag glycemische voeding kijkt niet zozeer naar de hoeveelheid, maar naar de kwaliteit en snelheid van de koolhydraten. Je kunt dus nog steeds koolhydraten eten, zolang ze maar langzaam worden opgenomen.

is fruit altijd een probleem bij deze voeding?

Nee, fruit is zeker niet altijd een probleem. De meeste bessensoorten, appels en peren zijn relatief laag in GI, zeker als je ze eet met de schil en in combinatie met een bron van vet of eiwit, zoals noten. Vermijd wel het drinken van sap, want daar haal je de vezels uit.

moet ik alle suiker vermijden?

Niet per se. De focus ligt op vermijden van toegevoegde suikers en de snelle koolhydraten die zich gedragen als suiker in je lijf. Natuurlijke suikers in fruit en zuivel worden door de aanwezige vezels, vetten en eiwitten anders verwerkt dan de suiker in frisdrank of snoep. Voor meer inzicht in wat koolhydraten precies zijn en hoe je de beste keuzes maakt, lees je meer in ons artikel over koolhydraten voeding.

Ontdek alle artikelen

Blader door alle onderwerpen en lees de volledige verzameling artikelen op één plek.

Alle artikelen