Voeding

Hydrocultuur voeding

Hydrocultuur voeding
Foto: — · saporetti.nl

Waarom hydrocultuur voeding anders is

Als je gewend bent om planten in potgrond te kweken, is het voeden vrij eenvoudig. Je gooit af en toe wat mestkorrels erin, of je geeft wat vloeibare voeding als je water geeft. Grond houdt veel voedingsstoffen vast. Hydrocultuur is anders. Je planten staan met hun wortels direct in water. Dit water bevat van zichzelf nauwelijks iets. De plant is dus volledig afhankelijk van wat jij toevoegt aan dat water. Je bent de bodem en de regen in één. Dat klinkt misschien als veel verantwoordelijkheid, maar het geeft je ook ongekend veel controle. Je kunt heel precies inspelen op wat je plant nodig heeft.

Het grootste verschil is dus de directe beschikbaarheid. Alles wat je toevoegt, is meteen opneembaar. Dat klinkt goed, maar het betekent ook dat te veel geven meteen gevaarlijk kan zijn. Je moet de balans goed bewaken. Denk eraan: in de natuur is er altijd een soort buffer. In jouw bak niet. Dat is de sleutel tot succes met hydrocultuur voeding.

De basis: wat zit er in die flessen?

Als je in de winkel kijkt naar hydrocultuur meststoffen, zie je vaak verschillende flessen. Dit kan overweldigend zijn. Laten we het simpel houden. Elke plant heeft een set basisbehoeften. Dit zijn de drie grote helden die je op elke verpakking ziet staan: de NPK-waarden. Dit zijn de macronutriënten, de bouwstenen.

De magie van NPK

NPK staat voor Stikstof (N), Fosfor (P) en Kalium (K). Dit zijn de drie hoofdcomponenten die in de hoogste concentratie nodig zijn.

• Stikstof (N): Dit is de groene krachtpatser. Stikstof zorgt voor sterke, gezonde bladgroei. Als je planten bleekgroen zijn of langzaam groeien, hebben ze vaak een stikstoftekort.

• Fosfor (P): Fosfor is essentieel voor de ontwikkeling van wortels en bloemen of vruchten. Heb je mooie bladeren maar komen de bloemen niet op gang? Dan is fosfor misschien de beperkende factor.

• Kalium (K): Kalium regelt de algemene gezondheid, de waterhuishouding en de weerstand. Het helpt de plant om stress, zoals hitte of ziektes, beter te doorstaan.

Naast deze drie hoofdrolspelers hebben planten ook secundaire voedingsstoffen nodig. Denk aan calcium, magnesium en zwavel. Goede complete hydrocultuur voeding bevat deze ook. Zie het als vitamines naast je hoofdmaaltijd. Ze zijn cruciaal, maar je hebt er minder van nodig dan van de NPK-bouwstenen.

De keuze tussen A en B

Je ziet vaak dat er twee of drie delen voeding zijn, bijvoorbeeld A en B. Dit is een heel belangrijk punt. Meng nooit de geconcentreerde voedingsoplossingen direct met elkaar. Waarom niet? Als je ze mengt, kunnen bepaalde mineralen (zoals calcium en fosfaat) direct met elkaar reageren. Ze slaan dan neer als een onoplosbare stof. Je plant kan dit niet meer opnemen. Dit heet neerslaan.

De regel is simpel: voeg altijd eerst deel A toe aan het water en roer goed door. Pas daarna voeg je deel B toe en roer je opnieuw. Zo blijven alle voedingsstoffen beschikbaar voor je planten.

Wanneer geef je wat? De groeifase versus de bloeifase

Jouw planten veranderen door hun leven heen. Ze hebben andere behoeften als ze klein zijn dan wanneer ze volop vruchten dragen. Je kunt niet het hele jaar door dezelfde “hydrocultuur voeding voor algemeen gebruik” geven. Je moet schakelen.

De vegetatieve fase (groeifase)

In deze fase wil je dat je plant groeit. Je wilt veel bladeren en een stevige stengel. Hier heeft de plant veel Stikstof (N) nodig. Zoek naar een voeding met een hogere eerste NPK-waarde. Bijvoorbeeld een verhouding van 3-1-2 of iets vergelijkbaars. Je geeft nu voeding om de basis te leggen voor een sterke structuur. Dit is het moment om de plant stevig te maken. Zorg voor een voedingsschema dat aansluit bij de behoeften van de plant, hier vind je de complete lijst met gezonde voeding.

De bloei- en vruchtdragende fase

Zodra je plant signalen geeft dat hij wil gaan bloeien of vruchten gaat vormen – denk aan de eerste bloemknopjes of kleine tomaten – verandert de vraag. De behoefte aan Stikstof neemt af. De plant wil nu energie steken in reproductie. Je moet nu Fosfor (P) en Kalium (K) meer prioriteit geven. Zoek naar een voeding met een lager eerste getal en hogere tweede en derde getallen. Deze ‘bloeivoeding’ zorgt ervoor dat die vruchten vol en lekker worden, en dat de bloei krachtig doorzet.

Veel kwekers hebben daarom twee verschillende basisvoedingen: één voor groei en één voor bloei. Je wisselt ze af, vaak afhankelijk van de levensfase van de plant.

De belangrijkste metingen: pH en EC

Dit is waar het echt praktisch wordt. Zelfs de beste voeding doet niets als de omstandigheden verkeerd zijn. In hydrocultuur moet je twee waarden in het oog houden: de pH-waarde en de EC-waarde.

De pH-waarde: de deur naar voedingsstoffen

De pH-waarde vertelt je hoe zuur of basisch (alkalisch) het water is. Dit is cruciaal, want planten kunnen voedingsstoffen alleen opnemen binnen een bepaalde pH-range. Is het water te zuur of juist te basisch, dan ‘blokkeren’ de wortels de opname. Je plant kan dan een tekort krijgen, ook al zit de voeding er volop in!

Voor de meeste hydrocultuurgewassen wil je een pH-waarde tussen 5.5 en 6.5. Voor de meeste kamerplanten of kruiden in een passief systeem (zoals kleikorrels) mik je rond de 6.0. Je meet dit met een pH-meter of met druppelsets. Is de waarde te hoog? Dan gebruik je een ‘pH-minus’ oplossing. Is hij te laag? Dan gebruik je ‘pH-plus’. Je voegt dit heel druppelsgewijs toe aan je voedingswater en meet opnieuw.

De EC-waarde: hoe sterk is de soep?

EC staat voor Elektrische Conductiviteit. Simpel gezegd: de EC-waarde vertelt je hoeveel zouten (dus voedingsstoffen) er in je water zitten. Hoe hoger de EC, hoe sterker je voeding. Dit is de maatstaf voor de concentratie.

Hier kom je jouw twijfels over dosering tegen. Hoeveel voeding geef je? Dat hangt af van de EC-waarde die de fabrikant aanraadt én wat jouw planten aankunnen. Een zaailing wil een lage EC (bijvoorbeeld 0.8 tot 1.2). Een volwassen, vrucht dragende plant kan soms wel een EC van 2.0 of hoger aan. Meet altijd de EC van je water nadat je de voeding hebt toegevoegd. Is de EC te laag? Voeg meer voeding toe. Is hij te hoog? Verdun met schoon, pH-neutraal water.

Praktische tips voor dagelijks beheer

Je hoeft dit niet elk uur te doen, maar een vast ritme helpt enorm om de stress weg te nemen. Hier zijn een paar punten die je direct kunt toepassen en vergeet niet dat gezonde voeding een sleutel is tot meer vitaliteit.

###

• Begin altijd voorzichtig: Als je twijfelt over de dosering, begin dan met de helft van wat de fles aangeeft. Je kunt altijd meer geven, maar een overvoede plant redden is lastig. Je ziet een overschot aan voeding vaak aan bruine, verbrande bladpunten.

• Ververs het water regelmatig: Zelfs als je bijvult, veranderen de verhoudingen van voedingsstoffen in het reservoir. De planten nemen niet alles in dezelfde mate op. Ververs de hele tank met vers, vers aangemaakt voedingswater (pH en EC gecontroleerd) elke zeven tot veertien dagen.

• Controleer de wortels: Gezonde wortels zijn wit of crèmekleurig. Bruine, slijmerige wortels duiden op problemen – vaak te weinig zuurstof of een te hoge EC.

• Gebruik de juiste EC per levensfase: Houd een logboekje bij. Als je planten goed reageren bij een EC van 1.6 in de bloei, schrijf dat op. Zo heb je een houvast voor de volgende kweekronde.

• Let op de EC van het afvloeiafval (runoff): Als je een systeem gebruikt met een drain (waarbij water wegloopt), meet dan ook de EC van dat weglopende water. Als de EC van het afvloeien veel hoger is dan wat je hebt meegegeven, betekent dit dat de planten te veel zouten hebben achtergelaten. Dan is je voedingswater te sterk, of ze nemen het niet goed op.

Onthoud dat elke plant anders is. Een klein basilicumplantje heeft minder nodig dan een grote tomaat. Gebruik de aanwijzingen op de fles als richtlijn, maar jouw ogen en je meetinstrumenten zijn je beste gids. Als je je aan deze basisprincipes van pH en EC houdt, ben je al veel verder dan de meeste mensen die net starten met waterkweken.

Veelgestelde vragen

wat als mijn bladeren geel worden?

Gele bladeren duiden meestal op een tekort of een probleem met de opname. Als het de oudere, onderste bladeren zijn, is het vaak een stikstoftekort (N). Controleer dan eerst je EC-waarde en de pH. Als je pH te hoog is, kan de plant het stikstof blokkeren, zelfs als het erin zit. Geef een lichte voeding en controleer de pH direct.

moet ik altijd kraanwater gebruiken?

Kraanwater kun je meestal gebruiken, maar het heeft een eigen pH en bevat soms al veel mineralen. Meet altijd de pH van je kraanwater voordat je voeding toevoegt. Als je kraanwater heel ‘hard’ is (veel kalk), kan dit de pH van je voedingsoplossing te hoog maken. Je zult dan meer pH-min nodig hebben om het goed te krijgen.

hoe weet ik of ik te veel voeding geef?

Het meest herkenbare teken van overvoeding zijn de ‘verbrande’ of bruine punten aan de randen van de bladeren. Dit betekent dat er te veel zouten in het water zitten en de wortels ‘verbranden’. Spoel in dat geval je systeem met schoon, pH-gecontroleerd water om de overtollige zouten weg te spoelen. Verlaag daarna de dosering van je hydrocultuur voeding.

Ontdek alle artikelen

Blader door alle onderwerpen en lees de volledige verzameling artikelen op één plek.

Alle artikelen