De basis: waarom Canna voeding?
Planten zijn net mensen; ze hebben voeding nodig om te groeien. Maar ze hebben verschillende soorten voeding nodig op verschillende momenten in hun leven. Als je ze alleen water geeft, missen ze essentiële bouwstenen. Canna is een populair merk, en niet zonder reden. Ze hebben hun huiswerk gedaan. Ze weten precies welke mineralen jouw planten nodig hebben tijdens de vegetatieve fase (de groeitijd) en tijdens de bloeifase (wanneer ze vruchten of bloemen maken).
Het fundamentele verschil dat je moet begrijpen, is de samenstelling. Canna voedingsschema’s zijn vaak opgedeeld in twee (of soms drie) hoofdcomponenten. Dit is belangrijk omdat voedingsstoffen niet goed samen gaan in één fles. Ze kunnen neerslaan, wat betekent dat je plant ze niet meer kan opnemen. Daarom koop je meestal een basisvoeding in twee delen: de ‘A’ en de ‘B’.
A en B: het essentiële duo
Denk aan Canna A en Canna B alsof het twee broodtrommels zijn. Je stopt niet al het brood, beleg en groenten tegelijk in één bakje, anders wordt het één papperige bende. In de Canna voedingslijn zijn A en B ontworpen om elkaars tegenpolen te zijn. De ene fles bevat vaak de grotere hoeveelheden stikstof (N) en soms calcium, terwijl de andere fles de fosfor (P), kalium (K) en sporenelementen bevat.
De gouden regel, en deze moet je echt onthouden, is: meng nooit A en B direct samen in hun geconcentreerde vorm. Dit is de snelste manier om problemen te veroorzaken in je voedingsvat. Je vult eerst je watertank met de juiste hoeveelheid water. Daarna voeg je de ene component toe (bijvoorbeeld Canna Grow A), meng je goed, en pas dáárna voeg je de andere component toe (Canna Grow B), en weer goed mengen.
De levensfasen en de juiste Canna voeding
Jouw planten veranderen gedurende hun leven. Ze hebben niet de hele tijd hetzelfde nodig. Je kunt dit vergelijken met een kind dat eerst veel melk nodig heeft om te groeien en later meer eiwitten voor spieropbouw. Bij Canna voeding vertaalt zich dat naar twee hoofdproducten die je zeker gaat tegenkomen.
Fase 1: de groeiperiode (Vegetatieve fase)
In deze fase wil je dat jouw planten flink groeien: veel bladeren, sterke stengels. Ze hebben veel stikstof nodig, dat is de motor voor bladgroei. Hiervoor gebruik je de ‘Grow’ lijn van Canna. Dit is je basisvoeding tijdens de eerste weken, totdat je de bloei inzet.
Wat je vaak merkt in deze fase is dat je plant er hongerig uitziet als je te weinig geeft, of juist verbrand als je te veel geeft. Je moet altijd met een lage dosis beginnen, vooral als je nieuw bent met deze voeding. Als je bijvoorbeeld een schema ziet dat 10 ml per liter aangeeft, start dan met 5 ml per liter en kijk hoe je plant reageert. Je kunt later altijd meer geven, maar te veel geven kan snel schade aanrichten.
Fase 2: de bloeifase
Zodra je de lichtcyclus verandert (of bij autoflowers, zodra ze beginnen met bloeien), schakel je over op de ‘Bloom’ voeding. De behoefte verschuift nu drastisch. Stikstof wordt minder belangrijk, en de behoefte aan fosfor en kalium schiet omhoog. Deze twee stoffen zijn cruciaal voor de ontwikkeling van sterke bloemen en vruchten.
Hier kom je vaak Canna PK 13-14 tegen. Dit is geen basisvoeding, maar een zogenaamde ‘booster’. Het is een extra shot fosfor en kalium. Gebruik dit niet vanaf dag één van de bloei, maar pas later, meestal in de piek van de bloeiperiode, als je echt wilt dat de productie maximaal is. Te vroeg of te veel PK 13-14 kan je planten stress geven en zelfs de smaak negatief beïnvloeden. Wees hierin voorzichtig.
Hoe weet ik hoeveel ik moet geven? De rol van EC en pH
Dit is waar de meeste mensen afhaken, maar ik ga het simpel houden. Je kunt de Canna voedingsschema’s als een suggestie zien. Ze zijn gemaakt voor ideale omstandigheden. Jouw water is anders, jouw kweekmedium (de grond of het substraat) is anders, en jouw licht is anders. Daarom zijn metingen cruciaal.
Twee waarden zijn belangrijk: EC en pH.
• EC (Elektrische Geleidbaarheid): Dit meet hoeveel zouten (voedingsstoffen) er in je water zitten. Als je te veel voeding geeft, stijgt de EC. Als de EC te hoog is, kan je plant zijn eigen wortels ‘verbranden’ omdat de concentratie van de voeding te sterk is. Je hebt een EC-meter nodig om dit te controleren.
• pH-waarde: Dit meet hoe zuur of basisch je water is. Planten kunnen voedingsstoffen alleen opnemen binnen een bepaalde pH-range. Voor veel kweeksystemen (zeker bij hydrocultuur) moet je de pH tussen 5.5 en 6.5 houden. Canna voeding heeft een buffer, maar je moet de pH altijd controleren nadat je de A en B hebt toegevoegd en gemengd. Gebruik Canna pH Down of pH Up om dit aan te passen.
Mijn praktische tip hier: begin altijd met het meten van de EC van je kraanwater. Is die al hoog? Dan moet je minder Canna voeding toevoegen dan het schema voorschrijft, anders zit je meteen te hoog. Meet na het mengen altijd de uiteindelijke EC en pH voordat je het aan de planten geeft.
Omgaan met problemen: wat zie ik aan mijn plant?
Je plant geeft signalen af. Je moet leren luisteren naar die signalen. Dat is de kunst van het kweken, en het gaat vaak fout voordat het goed gaat. Twijfel je over de voeding? Kijk dan eerst naar de bladeren.
Te veel voeding (Voedingsoverschot)
Dit is de meest voorkomende fout bij nieuwe kwekers. De bladeren, vaak de oudere onderaan, krijgen bruine of gele randen die langzaam naar binnen kruipen. Het lijkt alsof ze verbrand zijn. Dit komt vaak door een te hoge EC-waarde. Voor een optimale voedingsbalans is het belangrijk om de juiste balans te vinden, net zoals een goede darmflora essentieel is voor de algehele gezondheid, iets waar u meer over kunt meer kunt lezen over probiotica en darmgezondheid.
Wat doe je? Spoel de plant. Geef een paar dagen alleen schoon, pH-gereguleerd water. De wortels krijgen de kans om de overtollige zouten kwijt te raken. Verlaag daarna de dosis van je Canna A en B aanzienlijk bij de volgende voedingsronde.
Te weinig voeding (Voedingstekort)
Dit uit zich vaak in algemene vergeling. Als de oudere, onderste bladeren geel worden en afsterven, is de plant waarschijnlijk stikstof aan het ‘stelen’ uit de oude bladeren om nieuwe groei te ondersteunen. Dit is typisch een stikstoftekort, wat wijst op een te lage dosis Canna Grow.
Als de nieuwe bladeren geel worden terwijl de nerven groen blijven, is dit vaak een ijzertekort. Dit heeft soms niets met de hoeveelheid voeding te maken, maar met een verkeerde pH-waarde waardoor de plant het ijzer niet kan opnemen. Controleer dus eerst je pH!
De spoelfase: de laatste stap
Voordat je plant klaar is voor de oogst, moet je ‘spoelen’. Dit betekent dat je stopt met het geven van Canna voeding en alleen nog maar schoon, pH-gecontroleerd water geeft. Waarom is dit zo belangrijk? Omdat de mineralen die je de hele cyclus hebt toegevoegd, zich ophopen in het eindproduct.
Als je niet spoelt, proeft je oogst ‘chemisch’ of scherp. Spoelen zorgt ervoor dat de plant de laatste restjes voeding verbruikt die het nog in zijn systeem heeft zitten. De duur van deze spoeling hangt af van je medium, maar een week tot twee weken is gebruikelijk. Je ziet dat de onderste bladeren langzaam geel worden en afsterven. Dat is een goed teken; het betekent dat de plant de reserves gebruikt en klaar is.
Veelgestelde vragen
hoeveel canna voeding geef ik per liter?
Dit hangt sterk af van de fase en het gebruikte product (Grow of Bloom). Kijk altijd op de verpakking voor het Canna voedingsschema als leidraad. Start echter altijd met de helft van de aanbevolen dosis om je planten te laten wennen en te controleren of de EC niet te hoog wordt.
mag ik canna a en b tegelijk mengen?
Nee, nooit de geconcentreerde A en B flesjes direct bij elkaar in doen. Meng ze altijd afzonderlijk in je waterreservoir. Doe eerst de A, goed mengen, en dan pas de B, weer goed mengen. Zo voorkom je dat de voedingsstoffen neerslaan.
wanneer schakel ik over van grow naar bloom voeding?
Dit is het moment dat je de levenscyclus van je plant bewust verandert. Bij fotoperiodieke planten doe je dit door de lichtcyclus aan te passen (bijvoorbeeld van 18/6 naar 12/12 uur licht). Bij autoflowers begin je met de Bloom voeding zodra je de eerste tekenen van bloei ziet, vaak na de vierde of vijfde week.
